Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 233

Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

(Groen van Pnnsierer en de klassieke oudheid. Amsterdam, Hakkert. 1973; diss. Amsterdam

V.U. 1973) en wel op blz. 125. waar het gaat over de achttiende-eeuwse Rotterdamse

predikant en hoogleraar Petrus Hofstede en niet over de veel meer bekende Groningse

professor in de theologie. Drs. N. van der Blom maakte ons op deze vergissing attent.

8. Zie over „De Groninger richtingen het Réveil": M. Elisabeth Kluit. Het proiestanise Réveil

in Nederland en daarbuiten 1815-1865 (Amsterdam. Paris. 1970), blz. 260 e.v.: Zwaan, a.w.,

blz. 123 e.v.

9. Praamsma, a.w.. blz. 14.

10. Praamsma, a.w., blz, 16.

11. Met G. Puchinger (,Momenten en personen", in: A.R. Staatkunde. 1979, blz. 89) kan ik

instemmen, als hij schrijft; „Kuypers sympathie voor de vrijzinnigen is misschien wel eens

overschat — mogelijk achteraf ook door hem zelf om daarmee zijn „bekering" tot de

gereformeerde leer des te meer accent te geven. . . " Ik waag het echter te betwijfelen of

Kuyper de theologische colleges te Leiden „trouw maar ongeïnteresseerd volgde".

12. Praamsma, a.w.. blz. 17.

13. a.w.. blz. 19.

14. Zie Praanisma, a.w., blz. 35 e.v. overhel kerkbegrip waarvan Kuyper bij de beantwoording

van de Groningse prijsvraag uitgaat.

15. P.A. van Leeuwen. Het kerkbegrip in de theologie van Abraham Kuyper (Franeker. Wever,

1946). We gebruikten de handelseditie van deze Nijmeegse dissertatie.

16. a.w., blz. 49; cf blz. 273 (ongenummerd).

17. a.w., blz. 89.

18. Zie over hem het artikel van P.L. Schram in het Biografisch le.xicon voorde geschiedenis van

hel Nederland.^' protestantisme, dl. 1 (Kampen. Kok, 1978), blz. 181. In zijn Confidentie

wijst Kuyper op de tegenstelling tussen Scholten en de eenvoudige vromen te Beesd en

vereenzelvigt hij Leiden met Scholten en Groningen met Hofstede de Groot (blz. 45 en 64).

In Ons Program (blz. 503) behoeft hij de namen van Scholten en Hofstede de Groot slechts

in één adem te noemen met die van Doedes en Van Oosterzee „om het voor ieder

aanschouwelijk te maken, hoe jammerlijk dat „Christendom boven geloofsverdeeldheid"

als een damp. . . verdwijnt". „Het waren gulden dagen voor het Liberalisme, toen. , ,

Scholten te Leiden de Hervormde Kerk afbrak. . . " (blz. 94).

19. Kist schreef twee artikelen over pausin Johanna (Jut), waarin uiteraard ook Nicolaas I

meermalen ter sprake komt: ,De Pausin Joanna (Eene aanwijzing dat het onderzoek harer

geschiedenis nog geenszins afgedaan of gesloten is)", in; Archief voor kerkelijke geschiede-

nis inzonderheid van Nederland. 14 (1843) ( = Nederlandsch Archief voor kerkelijke ge-

schiedenis. 3(1843)), blz. 1-112 en .Een woord van N.C. Kist aan J.H. Wensing. Professor in

het R,K. Seminarie te Warmond, betreffende zijn geschrift over de Pausin Joanna", in:

Archief voor kerkelijke geschiedenis, inzonderheid van Nederland. 16 (1845) ( = Neder-

landsch Archief voor kerkelijke geschiedenis. 5 (1845)), blz. 459-552. Het tweede artikel van

Kist was zijn repliek op het lijvige boekwerk van Wensing; De verhandeling van N.C. Kisi,

hoogleeraar te Leiden, over de Pausin Joanna, nagelezen en getoetst ("s-Gravenhage, Ten

Hagen, 1845).

20. Kuyper schrijft dit slechts zes jaar na de Aprilbeweging. Zo waarschuwt hij ook in Ons

Program (blz. 1209): ,,In het negatieve gif van antipapistische bitterheid kunnen we geen

kracht zoeken, wijl er geen kracht in ligt."'

21. Scriptie, blz. 84.

22. Scriptie, blz. 85.

23. Cf J.C. Rullmann, /iiira/iöm Kuvper: een levensschets (Kampen. Kok. 1928). blz. 7.

24. Scriptie, blz. 85-86,

25. Met betrekking tot de lintjeskwestie schreef Rullmann (Kurper-bihiiograjie. dl. 3. blz. 364):

„Voor hen die dicht bij den Heere en bij het licht van Zijn Woord leefden, was er in deze

zaak veel pijnlijks en benauwends. Want ook deze groote in Israël bleek nu (! J.Z.) een

mensch, met menschelijke zwakheden behept'". Loeff getuigde toen; „Wij (de leden van de

Tweede Kamer, J.Z.) hebben hier dr. Kuyper vooral leeren kennen van de geniale zijde.

Maar toen spr(eker) hem meer van nabij leerde kennen, zijn hem qualiteiten in het oog

217

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's

Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's