Wetenschap en rekenschap - pagina 473
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
SOCIOLOGIE, N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Tot en met 1965 promoveerde een achttal mensen aan de V.U. in de sociologie,
waarvan drie proefschriften belangrijk zijn geweest voor de verdere ontwikkeling
van de sociologiebeoefening aan deze universiteit, zij het ook in de volgende
periode: H.J. van Zuthems boek dat de grondslagen legde voor zijn later onder-
zoek naar (bedrijfs)democratisering en voor de afstudeerrichting bedrijfssociolo-
gie, Van den Bergs studie over hulpverlening, die de grondslag legde voor de in
Nederland unieke afstudeerrichting hulpverlening en Dekkers dissertatie over
kerkelijk gemengde huwelijken"^
Een Gründerzeit is uiteraard nooit de vruchtbaarste voor de beoefening der
wetenschap, wel voor het onderwijs, zoals uit het vorenstaande is gebleken. In-
tussen is het wel duidelijk dat de invloed van de V.U. op de gang van zaken in de
sociologie in Nederland maar zeer bescheiden is geweest in deze periode: pas
vanaf 1960/1 begonnen de eerste studenten af te studeren. Vanaf 1962 was er één
hoogleraar sociologie, die in het begin bovendien het vak sociale psychologie
moest verzorgen en niet alleen voor de eigen studenten, maar ook voor psycholo-
gen en pedagogen. Dit vak wordt thans gegeven door een hoogleraar en een lector.
Heel belangrijk was de teamgeest die de in omvang uiterst bescheiden, maar
enthousiaste staf vertoonde; daaraan was ook te danken dat er in die eerste tijden
een goede „pastorale" zorg of— zoals dat tegenwoordig heet — begeleiding van de
studenten was. En de wetenschapsbeoefening mag een bescheiden omvang heb-
ben gehad, zij stond bepaald niet off side the main stream, zoals we in de laatste
periode zullen zien.
DE SOCIOLOGIEBEOEFENING SINDS 1965
De laatste periode kenmerkt zich voor alle dingen door de emancipatie van de
studenten zoals die in de meeste landen tot stand gekomen is. Daarmee hing nauw
samen een andere oriëntering op de sociologie. Ook in deze laatste periode werd
verder gewerkt in het kader van de hiervoor al vermelde oudere stromingen.
Belangrijk is echter dat nóg oudere weer werden opgediept en — wat belangrijker
is — zelfs opgeld gingen doen. Het aloude Marxisme won aan belangstelling, maar
ook de eveneens oude (jaren dertig) neomarxistische Kritische Theorie en het
symbolisch interactionisme (eind van de jaren twintig, begin dertig) kwamen weer
op en deden agio. Het is misschien niet mogelijk hierop een sluitend antwoord te
geven, maar de vraag is intrigerend, hoe dat zo kwam.
Dat generatiewisseling hierin een belangrijke rol heeft gespeeld lijkt wel zeker.
Globaal kan men zeggen dat de ouderejaars-studenten tot circa 1965 hetzij de
crisisjaren, de oorlog of de armoeperiode van kort daarna hadden meegemaakt.
Hun kritiek op de samenleving, die er zeker ook was, werd getemperd door de
waardering voor de steeds toenemende welvaart. Er was een persoonlijke verge-
467
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's