Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 341
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
lijkheid, de eenzaamheid, zijn onbekendheid met de bevolking en alle
oude tobberijen over zichzelf en zijn gebrek aan roeping. Laten we hem
zelf aan het woord: „En ik voelde mij zoo bitter klein, en ik ben zoo
ontzettend bang dat er niets van mijn zendingswerk terecht komt. . . Ik
maakte vanmorgen een gordijn om mijn bed, en toen dacht ik: wat zou ik
toch een uitstekend behanger zijn. . . En ge zult wel zeggen, wat een raar
stuk zendeling, maar — je moet daar nu niet met andere lui over babbelen
hoor! . . . blij ben ik niet, sinds mijn zeventiende jaar niet meer, eigenlijk
blij was ik maar twee jaar van mijn leven, ik ben nu getroost, gelaten,
onverschillig, noem het zooals ge wilt, maar heb het gevoel van —ja ik wou
dat het maar uit was en aan den anderen kant een vreesselijken angst voor
den dood." (30-11-80). „Eigenlijk weet ik niet wat rusten is want als ik stil
zit beginnen mijn hersens zoodanig te werken dat ik er haast geen raad mêe
weet en in bezigheid afleiding zoek. Ziekte maakt mij ongedurig maar als
ik gezond ben, vind ik het heerlijk om in bed te liggen want dan slaap ik en
droom ik en vergeet mijn getob... Ik wou dolgraag dat iemand mij een taak
gaf en zei daarvoor zal ik je kost en kleeren geven. Maar God heeft me nu
eenmaal een gansch ander leventje opgelegd als ik zou kiezen en zoo
sukkelen we maar voort. . . Mijn ware aard komt nu eerst voor den dag. . .
Mijn strijd schijnt nu eerst recht te beginnen. Zou je wezenlijk menen dat ik
met dat gevoel van onvoldaanheid moet blijven voortsukkelen en op den
goeden weg ben? Zijt gij dan ook zoo? Of hebt gij den sleutel op het lied
gevonden dat Paulus zingt; Verblijd u ten allen tijd! —^^ Ik ben er nog niet,
ik ben nog zelfgenoegzaam knorrig, onvriendelijk, niet blij, koud — Kun je
me niet zoo geesselen dat het bloed wat stroomen gaat? Kom bruidje toon
nu eens dat ge uw bruigom een beetje lief hebt en giet wat van je blijde ziel
in de mijne over! — Dan poëtisch uitgedrukt is het niet, maar het regent ook
weer zoo erg! — . . . het is niet mijn werk, mijn hele leven, bestaan bevalt mij
niet er is een schroef los of iets niet in den haak, wat heb ik nog niet ontdekt.
Weet gij het soms??" (22-2-81).
Zo kan hij soms bladzijdenlang doorgaan. Het zou voor niemand een
eenvoudige opgave geweest zijn om hem zo te beantwoorden, dat hij er wat
aan had. Elisabeth heeft het geweten: „En nu voel ik dat ik er alles voor zou
over hebben om met takt, zachtheid en vrijmoedigheid mijn woordje te
zeggen hier en daar. Maar dat juist is de kunst, en maar weinig menschen
bezitten die. Zoodra ge gaat preeken of endoctrineren, dan is het uit, maar
zoo heel eenvoudig als een vanzelfsheid, zoo ongemerkt en dat het toch den
spijker op den kop slaat" (17-2-81).
„Wat zal ik u zeggen in antwoord van uw brief van 22 Febr.? Zelf ben ik
ook altijd zoo aan het sukkelen met al diezelfde tobberijen en nu moet ik u
vertellen hoe er van af te komen? En dat terwijl ik in Holland ben omringd
van hen die mij Hef zijn en gij alleen in Indië? En nog komt altijd bij mij op:
Juul weet het toch veel beter dan ik en kan het daarbij veel mooier en beter
uitdrukken. Ik wou dat een ander u helpen kon en ook mij want hoewel ik
325
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's