Wetenschap en rekenschap - pagina 259
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
N A T U U R K U N D E EN S C H E I K U N D E
Het gegeven antwoord berust nl. op een denkresultaat, dat niet met de natuurwe-
tenschappehjke methoden is te verkrijgen. Het nadenken over de aard van de
verkregen kennis, geschiedt niet binnen de natuurwetenschap en kan met haar
methoden niet worden uitgevoerd. We gaan hierbij buiten de natuurwetenschap
en komen binnen één van de gebieden van de natuurfilosofie. Deze natuurfilosofie
kan, maar behoeft niet het volgende antwoord te geven. Dat de kennis abstract is
volgt uit de methode waarbij de begripsvorming en de verbinding van de begrip-
pen in een kwantitatieve mathematische theorie het centrum zijn van de opbouw
van de natuurwetenschappen. De begripsvorming heeft de natuurwetenschap
gemeen met alle wetenschappen en bepaalt de aard van alle wetenschappelijke
kennis. In de natuurwetenschappen, die we hier beschouwen heeft deze kennis
betrekking op de zgn. materiële of niet-levende natuur. Door deze beperking geldt
ze dus niet zonder meer voor de gehele natuurlijke werkelijkheid maar slechts voor
het materie-energie aspect van de natuur. In de begripsvorming als abstraherende
bezigheid wordt dus niet de gehele natuur betrokken, maar alles weggelaten,
geabstraheerd, wat niet tot de materie-energie-zijde van de natuur behoort.
Hierdoor is de verworven kennis gerelativeerd ten opzichte van een andere wijze
van kennis nemen over de natuur, die niet wetenschappelijk, maar meer integraal
is en die men als concrete kennis in het dagelijks leven hanteert.
Het verbazingwekkende van de in de natuurwetenschap verkregen kennis is, dat
ze ondanks het feit, dat ze door abstractie uit de gehele natuur is verkregen toch
concreet toepasbaar blijkt te zijn in de welbekende technische kunst-producten,
zoals een bril of een radiotoestel, die de mens aan de natuur toevoegt. Die
abstracte kennis heeft blijkbaar zo'n echtheid, zo'n betrouwbaarheid, dat men er
in de concrete natuurwerkelijkheid wat mee doen kan. Hoe komt dat? Dit heeft te
maken met de derde vraag: waardoor is het verkrijgen van deze kennis mogelijk?
Bij de beantwoording van deze vraag verlaten we het gebied van de natuurwe-
tenschap zelve nog duidelijker dan bij de beantwoording van de voorafgaande
vragen. Die antwoorden lagen op het gebied van de natuurfilosofie. Onze nieuwe
vraag ligt echter nog dieper, of als men wil, vóór de vragen over de aard van de
kennis. Zij ligt vóór of ónder alle wetenschap en er is dus geen wetenschappelijke
methode beschikbaar voor haar beantwoording. De antwoorden, die op deze
vraag gegeven worden zijn in tegenstelling met de bovengenoemde natuurfiloso-
fische antwoorden betrekkelijk schaars. Een antwoord mijnerzijds luidt ongeveer
als volgt.
De mogelijkheid van de kennisverwerving ligt in de erkenning dat het hierbij gaat
om menselijke kennis, die zoals al bleek, veranderlijk, relationeel en beperkt is. De
mens die kennis verwerft, leeft en werkt temidden van de natuur waarover die
kennis gaat, en maakt er zelf deel van uit. De mogelijkheid tot kennis is aan de
mens gebonden. De betrouwbaarheid en echtheid van de kennis berusten echter
niet óp of in de mens. Hieruit blijkt alleen al dat het antwoord op de vraag naar de
mogelijkheid van de kennis afhankelijk is van de opvattingen, die men heeft over
de mens, zijn oorsprong, zijn toekomst en de zin van zijn aardse bestaan. Hoe komt
255
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's