Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 106
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 86 -
VERSCHEIDENHEID IN GEMEENSCHAP
Een universiteit met een christelijke doelstelling, zoals de V.U.,
zal zowel een verscheidenheid van wetenschapsopvattingen als een
verscheidenheid in christelijke levensbeschouwingen huisvesten.
Neemt men dit verschijnsel in beschouwing, dan komt men op de vol-
gende vragen.
1. Wat is de eenheid der verscheidenheid in de beide gevallen?
2. Wat is het verschil van beide verscheidenheden?
3. Wat is de grens voor beide verscheidenheden aan een dergelijke
universiteit?
4. Wat is de samenhang tussen beide verscheidenheden?
De vragen zijn zo bondig mogelijk gesteld en daarom nogal abstract.
Het zijn natuurlijk alle normatieve vragen voor mensen, die samen-
werken in een verband.
De omvattende norm heb ik in de titel uitgedrukt: Het bewaren van,
en het werken in gemeenschap bij gebleken verscheidenheid.
1 . Wij kunnen dunkt mij slechts van verscheidenheid spreken, indien
gemeenschappelijkheid in een eenheidsgezichtspunt voorondersteld is.
Anders gezegd, een veelheid kan alleen ter sprake komen, indien
haar eenheid voorondersteld wordt.
Zo kunnen we een verscheidenheid van wetenschapsopvattingen aan de
orde stellen, indien het niet-wetenschappelijke -b.v. practische
kennis- buitengesloten wordt, indien wetenschap de kwaliteit van de
verscheidenheid bepaalt. Wetenschap is de eenheid in deze verscheiden-
heid.
Daarmee staan we echter reeds nu voor de eigenlijke moeilijkheid van
dit onderwerp. Van wetenschap hebben we immers ook blijkens de veel-
heid van opvattingen geen voor allen aanvaardbare definitie.
Verreweg de meeste wetenschappers stellen trouwens de vraag niet eens.
En zij die dit wel doen en zich wel bevinden bij hun definitie,
weten zeer wel, hoe voorlopig en vol vragen hun bepaling van weten-
schap is en zal blijven.
Moet dan de eis van de vooropgestelde eenheid vallen? Neen, want
dan zou ook het probleem van de verscheidenheid vervallen.
Wat dan? We hebben blijkbaar een werkzame intuïtie van wat weten-
schap is. Dat is een verlegenheid, maar bepaald geen uitzondering op
het terrein van het menselijk kennen. In elk geval rust de pretentie
van wetenschappelijkheid, waarmee men zo gaarne afstand schept en
zich een bizondere bevoegdheid toeeigent tenslotte zonder bewijs
op een intuïtie van wetenschap, waarin de wetenschapper gelooft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's