Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 12
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 8 -
schap in een biblicistische klem.
In de eerste veertig jaren van deze eeuw worden de beRinselen nauwgezet bewaakt, maar
men komt niet erg ver in de richting van de ontwikkeling van een eigen, door de begin-
selen getypeerde wetenschap. De beginselen bleven m.a.w. meer papier dan werkelijkheid.
In de 1930-er jaren vonden wel twee belangrijke doorbraken plaats:De ontwikkeling van
een eigen christelijke filosofie en de oprichting van de faculteit van Wis- en Natuur-
kunde. Door dit laatste gebeuren werd de vertaling der beginselen in concrete termen
wel verzwaard.
Uit de periode van na 19^0 refereert Wieringa met name twee belangrijke feiten: De uit-
bouw van de VU tot een volledige universiteit, waardoor er een ruimer zicht kwam op
wetenschap en wetenschapsbeoefening. Verder groeide het aantal studenten sterk en
wijzigde zich de samenstelling van de studentengemeenschap.
Wieringa's opmerkingen voor de toekomst van de VU:De VU wil een christelijke universi-
teit blijven; zij kan dat wanneer zij zich opnieuw bezint op grondslag en karakter van
de wetenschap, in overeenstemm.ing met de huidige inzichten in relevante standen van
zaken, net zoals men in 1880 deed» Er zal oude ballast overboord m.oeten. Niet alleen
een herformulering van de doelstelling is nodig (aansluitend bij de bedoeling van 1880),
maar ook een voortgaande gezamenlijke bezinning op de realisering van de grondslag in
de praktijk van onderwijs en onderzoek.
Voorts enige notities over de beide lezingen rond het thema "het christelijke in de
Vrije Universiteit":
Allereerst het woord aan J. van der Hoeven. Vooral het tweede deel van zijn rede is van
belang voor het onderwerp. Zijns inziens is de terminologie "het christelijke in.."
zeer ongeschikt. Het smaakt naar corpusvorming, maar het christelijke is niet iets a-
parts, noch iets extra's, noch een automatisch, al of niet "organisch" werkende en
gevolgen opleverende energie, die "per se" in instellingen resulteert. Het christe-
lijke heeft m.a.w. geen eigen gebied, behoeft dat ook niet op basis van het schep-
pingsgeloof. Omdat er geen sprake is van een aprioristische terreinafbakening kan een
bijzondere universiteit als de VU dan ook gewoon delen in wetenschappelijke resulta-
ten van elders.
Komt dan de VU als bijzondere instelling niet logisch noodzakelijk uit het geloof
zelf voort, ze is wel vanuit een andere hoek een nood-zaak, namelijk om tegen de
westerse cultuur met haar eeuwenlange verabsolutering, idoolvorming, van wetenschap-
pelijk denken te verwijzen naar de alles en allen meeslepende overwinning van Chris-
tus dóór de zwakheid en dwaasheid van het kruis. De rechtvaardiging van de VU bestaat
hierin dat zij een teken kan en wil zijn van het geloof in die overwinning; grond-
slag en doelstelling functioneren daarbij als normatief appèl. In de wetenschapsont-
wikkeling zal een instelling als de VU moeten blijven insisteren op de intrinsieke be-
trekkelijkheid van alle "begrippelijkheid", hetgeen, negatief gezegd, zoveel betekent
als blijven waarschuwen tegen de verabsolutering van de wetenschap, ook wanneer deze
zich voordoet in de vorm van instrumentalisme. In de praktijk uit het uitgangspunt
zich in een grote aandacht voor de zgn "grensvragen".
De benadering van hetzelfde thema door H.M. Kuitert is een andere. Kuitert stelt zich
als centrale vraag: "Wat zijn de verschuivingen, op theologisch gebied, die ook de
Vrije Universiteit en haar idealen niet onberoerd hebben gelaten?" Voor de beantwoor-
ding van die vraag benut hij het woord secularisatie. Dit als: Het teruggeven (door de
kerk) van wat ten onrechte door de kerk voor kerkelijke doeleinden was geclaimd. In
de loop van het secularisatieproces hebben de wetenschappen zich ontworsteld aan geloof
en ideologie. Vanuit haar uitgangspunt -vrijheid- kan de VU voluit meegaan in dit pro-
ces; m.a.w. christelijk geloof mag de vrijheid van wetenschapsbeoefening niet beperken.
Wegen om de VU met haar christelijk-confessionele basis en hedendaagse autonome weten-
schapsbeoefening aan elkaar te relateren kunnen niet zijn: de weg van het biblicisme
(hierin vindt een loskoppeling plaats van schrift en bedoeling; daardoor kunnen de
schriften worden tot legitimering van eigen ideeën) noch de weg van de gezindheid van
het hart (deze weg leidt niet tot een andere vorm van wetenschapsbeoefening, tenzij bij
gebruik van biblicistisch materiaal). Kuitert geeft dan een drietal notities over een
mogelijke relatering van geloof en wetenschapsbeoefening:
a) het christelijk geloof plaatst wetenschapsbeoefening onder het voorteken van de
christelijke verwachting: de wereld is wereld onderweg.
b) christelijk geloof bepaalt/bewaart de wetenschappen bij de gedachte dat de resul-
taten voorlopig zijn.
c) de wetenschapsbeoefening dient een doel, maar wetenschap kan zelf geen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's