Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 112
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 92 -
zaam is bestaat er consensus in heel de wetenschap. In zoverre dat
niet het geval is toont zich een antithese. Het zal duidelijk zijn,
dat het spreken van een christelijke wetenschap verwarring zou
wekken.
Men moet nu voorts ook letten op verschillen tussen de vele weten-
schappen. Verschillen tussen de velden van onderzoek van de diverse
vakwetenschappen, b.v. tussen wiskunde en theologie, maken duidelijk
dat de invloed van het christelijke geloof soms geen beslissend ver-
schil biedt met ander centraal geloof, soms nadrukkelijk wel. Men
moet dus met het voorvoegsel, christelijk, voorzichtig zijn. Maar
wel mag verlangd worden, dat een christen zich als zodanig begeeft
in een wetenschap, dat hij in die wetenschap dus met een christelijke
intentie werkzaam is.
De betekenis van het christelijk geloof voor de wetenschap is ver-
volgens wezenlijk verschillend tussen de gevallen, waarin in het
veld van onderzoek de handelende mens wel of niet optreedt.
Het veld van onderzoek van de wijsbegeerte is omvattend, is n.1.
het veld van alle grensproblemen, zowel van de wetenschappen als
van de praktijk. Het gaat daarin vooral om de allerbelangrijkste
problemen der mensheid. Daar ook de wijsbegeerte deze problemen
niet op strikt wetenschappelijke wijze kan oplossen, en zij toch
in heel haar geschiedenis antwoorden geboden heeft, ligt het voor
de hand, te stellen, dat deze antwoorden aan geloof, met name centraal
geloof ontleend zijn. Daarom is het in dit geval een verduidelijking
en is het niet verwarringwekkend, indien van christelijke wijsbegeerte
gesproken wordt.
Men kan zich afvragen, of dit alles nog past bij de huidige situatie
aan de V.U., of uit het voorafgaande nog een beleid te vormen is.
De V.U. deelt in de malaise van heel het christelijk organisatieleven.
Zij is zelfs verder van huis, omdat een steeds groter aantal studenten
geen verwantschap met de doelstelling heeft en vele studenten van
christelijke huize er onverschillig tegenover staan. Dat is op zich-
zelf al ongunstig maar daar komt bij dat deze studenten in raden en
besturen grote invloed op het beleid uitoefenen. Het komt mij voor
dat juist deze studenten die de doelstelling niet welgezind zijn,
een verhoudingsgewijs grotere invloed uitoefenen dan de andere stu-
denten. De doelstelling vordert uiteraard, dat voor raden en besturen
instemming met de doelstelling verlangd wordt maar die slag is on-
langs verloren. In deze ontwikkeling gaat de staf natuurlijk niet vrijuit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's