Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 77
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 69 -
(en zeker niet altijd een noodzakelijk middel) om gestalte te geven
aan de opdracht tot een evenwichtige ontplooiing van de schepping.
Matigheid kan soms belangrijker zijn dan maximale doelmatigheid
(men denke bijv. aan de gevolgen voor de werkgelegenheid van de in-
voering van een nieuwe arbeidsbesparende technologie).
- individuele nutsbevrediging en maatschappelijke welzijn liggen (in
tegenstelling tot het liberalistisch laissez-faire principe) meestal
niet in eikaars verlengde; een maximaal toegeven aan eigen nuts-
bevrediging kan maatschappelijk tot onrechtvaardigheden leiden,
omdat dan het recht van de sterkste heerst. Inpiaats van een op
egoïsme gebaseerd keuzegedrag zal daarom het sociale moment in ieders
keuzegedrag (gevoed vanuit een bijbels altruïsme; zie 1 Cor. 13 : 5)
ten volle gehonoreerd moeten worden(men denke aan de konsekwenties
van ons huidig konsumptiepatroon voor de Derde Wereld).
- inpiaats van de idee van maximering (konsumptie, produktie, winsten
inkomen etc.) zal de idee van het 'voldoende zijn' in onze westerse
samenleving meer ingang moeten vinden (men zie ook de ideeën van de
Nobelprijswinnaar Herbert Simon over het zogenaamde 'satisficer'
principe geënt op tevredenheid indien bepaalde aspiratie-nivo's
zijn verwezenlijkt; zie Simon Cl958!).
Matigheid is een kernwoord in een verantwoord ekonomisch paradigma.
- de idee van matigheid betekent ook een streven naar harmonie met onze
fysische omgeving (natuur, milieu, grondstoffen- en energievoorraad,
e t c ) ; de grote uitdaging voor de toekomst zal zijn het scheppen van
nieuwe mogelijkheden voor een harmonieuze ontwikkeling op basis van
een 'steady-state' gedachte (zie ook Daly Cl973l) : onder een'steady
State'wordt verstaan een samenleving die in langdurig evenwicht
verkeert t.a.v. de voorraad grondstoffen, energiedragers en het milieu).
De hierboven aangeduide ingrediënten vergen inderdaad een inte-
grale en wellicht holistische visie op de samenleving waarbij de
dwarsverbindingen tussen alle komponenten vsn ons maatschappelijk
bestel simultaan in de beschouwing worden betrokken, en waarbij geen on-
toelaatbaar reduktionisme (bijv.het groeifetisjisme) wordt toe-
gepast, maar waarbij de idee van geïntegreerd rentmeesterschap
voorop slaat (cf.Huisman C1975D).
De hierboven bepleite idee van matigheid en rechtvaardigheid wint
nog aan belaag in het licht van de begrensde groei waaraan onze samen-
leving uiteindelijk onderworpen is. Het zal immers moed vergen om
niet neer te zitten bij de pakken van de verloren vooruitgangsillu-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's