Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 163
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 139 -
geving en de voornemens daartoe vormen in verschillende bijdragen een
belangrijk achtergrondgegevens, maar met uitzondering van staatssecretaris
De Jong gaat geen van de schrijvers in op de juridische achtergronden en
regelingen van het bijzonder onderwijs. De Jong stelt in navolging van
J.Donner dat vrijheid van onderwijs zoals door de wetgever omschreven
niet is bedoeld voor individuele ouders en (meerderjarige) leerlingen,
maar voor groepen voorzover zij een geestelijke stroming vertegenwoor-
digen. Het bijzondere karakter van de universiteit moet derhalve tot
uitdrukking komen in haar relatie met een levensbeschouwelijk achterland.
Moeilijkheden op dit punt ontstaan doordat er t.g.v. een secularisatie-
proces een identiteitscrisis is ontstaan. De universiteit zou juist nu
t.a.v. haar achterban moeten functioneren als een creatief centrum van-
waaruit de "echte vragen" worden gesteld. In zijn concrete beleidsaan-
bevelingen bepleit De Jong een verruiming van de toelating tot de ver-
eniging, een geluid dat ook in ander verband zal terugkeren. Wil de
vereniging haar maatschappelijke verantwoordelijkheid waarmaken, dan zal
zij haar invloed moeten aanwenden om de doelstelling een concrete ver-
taling te geven in het onderwijs- en onderzoeksprogramma (zie de bijdragen
aan Thema I van Sizoo, Verkuyl e.a.). Globaal genomen kunnen de overige
bijdragen in twee groepen worden verdeeld. In de ene groep wordt een
antwoord op de vraag naar argumenten voor wetenschappelijk onderwijs op
confessionele grondslag gezocht in de relatie wetenschap en levens- c.q.
maatschappij beschouwing. Plattel behandelt systematisch verschillende
verhoudingen zoals die m.n. opgeld doen in de geschiedenis van de sociale
wetenschappen (zie thema I). Bij Heering staat centraal de vraag of
christelijke wijsbegeerte mogelijk is. Kort gezegd komen de verschillende
uitwerkingen uit op een bevestigend antwoord onder de voorwaarde dat het
eigen karakter van de wetenschap en de universiteit worden gerespecteerd.
De rechtvaardiging van het bijzonder hoger onderwijs is niet gelegen in
het bestaan van een christelijke wetenschap. Wel is het noodzaak door te
denken tot voorbij de grenzen van het rationele denken (Heering) en,
zoals Berkhof het formuleert, de laatste vragen te stellen aan cultuur
en samenleving. Het is m.n. de laatste die in het verlengde hiervan pleit
voor het gebruik van de positie van de bijzondere instellingen om deze
funtie van de universiteiten veilig te stellen tegen wat hij noemt de
wetenschappelijke, maatschappelijke en politieke verschraling. Men moet
"Vrijheid van Bijzonder Onderwijs". Dissertatie VU, Zwolle: Tjeenk Willink, 1978
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's