Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 11

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 11

Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU

4 minuten leestijd

­ 7 ­

Een terugblik naar I968 vooraf

Een congres als "VU tussen twee VUren" over de grondslag van de VU en haar eigentijd­

se vertaling in termen van 1980 is geenszins het eerste congres in de geschiedenis

van de VU dat rond de grondslag wordt georganiseerd. Vanaf een vroeg begin in haar

geschiedenis is er aan de VU gesproken over deze in artikel 2 van de Statuten van

de VU vervatte grondslag. In congresvorm geschiedde dat voor het laatst in 1968,

toen op 11 en 12 januari een besloten senaatscongres plaatsvond over de toekomst

van de Vrije Universiteit. Op dit congres werden een vijftal redevoeringen gehou­

den, waarvan er in het vervolg van dit stuk een viertal kort zullen worden weer­

gegeven; de vijfde, een lezing van ir. C A . Doets over de universitaire bestuurs­

struktuur, wordt hier niet samengevat, daar zij is achterhaald door latere ontwik­

kelingen, i.e. de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB).

De overige vier redevoeringen waren:

W.J. Wieringa Balans van het verleden

J. van der Hoeven Het christelijke in de Vrije Universiteit

H.M. Kuitert Het christelijke in de Vrije Universiteit

W.F. de Gaay Fortman

T TLever T^

De x. >

toekomstige ^- ,, -, van' de

^ TUT

j. • ontwikkeling VU

J. ^

Prof. Wieringa schetste in zijn bovengenoemde lezing de voorgeschiedenis van de VU

tot haar oprichting in het jaar 1880, haar reilen en zeilen tot aan 1940 met aan

het slot nog enige opmerkingen over de na­oorlogse ontwikkelingen.

Kuyper stond, zo betoogde Wieringa, voor ogen een "fabriek" (terminologie van Wie­

ringa) van christelijke wetenschap, opgrond van gereformeerde beginselen, openstaand

voor alle reformatorisch gezinden in Nederland, van protestants­christelijke sig­

natuur dus; de rooms­katholieken moesten in Kuypers visie een eigen universiteit

krijgen. Door de stichting van de VU ­waarin het "Vrij" bedoelde: vrij van staat en

vrij van de kerk­ wilde hij Gods woord weer tot gelding brengen door de gereformeer­

de belijdenis opnieuw in al haar zuiverheid te doen schitteren, en bovenal alle

terreinen onder het beslag daarvan te brengen met als doel, universiteit, wetenschap­

pelijk onderzoek en onderwijs een plaats te geven in Gods bedoeling met deze wereld.

Wetenschap en levensbeschouwing hebben dus in Kuypers visie met elkaar te maken.

Kuyper heeft zijn eigen definitieve visie daarop echter pas uitgewerkt na de stich­

ting van de VU, in de 1890­er jaren en in het begin van onze eeuw. Voorts stelde

hij op deze wijze aan wetenschapsbeoefening een doel.

In het verlengde van bovenstaande concludeerde men dat de gereformeerde beginse­

len moesten fungeren als basis voor alle wetenschap en onderwijs, vanuit de expli­

ciete vooronderstelling dat deze beginselen ook voor wetenschap en onderwijs een

specifieke betekenis hebben. Men stelde zich op het standpunt dat op de basis van

de gereformeerde beginselen een gereformeerde wetenschap kon worden opgebouwd, die

zich ook in haar resultaten zou moeten onderscheiden van die van op andere ideolo­

gieën gefundeerde wetenschappelijke arbeid.

Kuyper en de zijnen protesteerden op deze wijze tegen filosofische opvattingen

uit die tijd als het materialisme, het positivisme en het naturalisme, die hun in­

houden en wetenschapsopvattingen ook aan de geesteswetenschappen wilden opleggen,

en, meer op nationaal niveau, tegen de Wet op het Hoger Onderwijs van 1876, waar­

door de theologie aan de openbare universiteiten werd gereduceerd tot godsdienst­

wetenschap. Door deze laatste ontwikkeling zag Kuyper een zo centraal onderdeel

als de dogmatiek in de knel komen.

Juist op dat punt van de vertaling van de beginselen in concrete wetenschap(pen)

ontstaan al spoedig problemen. Hier valt te noemen: Wat moet in het licht der be­

ginselen als wetenschap worden gezien? Hoe kan en mag men methodologisch te

werk gaan? De VU begon als instelling voor geesteswetenschappen, waarvoor men de

vertaling het eenvoudigst achtte, maar in de praktijk verliep dit anders. Dit leid­

de al in 1897 tot de zgn. Seinpostkwestie, die uitliep op het ontslag van een der

werkers van het eerste uur, Lohman. Deze affaire leidde tot een nadere interpreta­

tie van de beginselen: die vrorden dan nadrukkelijk gedefinieerd als de grondsla­

gen van het Calvinisme. Voorts werd daarbij in een negentiental stellingen aangege­

ven langs welke wegen deze calvinistische beginselen zouden moeten worden opge­

spoord. Hierdoor werd de confessionele basis onder de VU versmald en kwam de weten­

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 11

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's