Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 94

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 94

Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU

2 minuten leestijd

- 74 -

Hoe men zich in al deze opzichten oriënteert wordt niet beslist op

louter rationele gronden. Een mens moet kiezenj -waarom hij zus of

zo kiest blijft in vele opzichten een geheim.

2. Van dat geheim wordt iets waarneembaar in de overtuiging van de mens.

a] Enerzijds: Een overtuiging (in brede zin: een complex van inzichten

en richtlijnen voor handelen] ontwikkelt zich, en krijgt gestalte ^

door ervaringen. Daarom ook is zij vrijwel nooit in een discussie

over te dragen: daarvoor is een langer durend proces nodig.

b] Anderzijds: Een overtuiging is niet blind. Ook een opvatting en

een inzicht (moeten) kunnen worden onderbouwd door en toegelicht

met argumenten en overwegingen. Ze moeten ook critisch kunnen

worden ondervraagd. Gvertuigingen moeten een zekere interne

consistentie hebben. En ook: niet alle overtuigingen zijn even

diep en even echt. Er valt dus zeker ook over diepste keuzen wel

wat te discussieren.

c] In wat hier met een nogal algemene term "overtuiging" wordt genoemd,

kunnen (met meer of minder accent] vaak nog allerlei aspecten

worden onderscheiden; bijv.

(i] het (principiële] uitgangspunt (levensbeschouwing, mensbeeld,

etc. ]

(ii] het doel dat men wil bereiken (een bepaalde maatschappij-

opbouw, salarisverhouding, etc.]

De praktijk leert dat de relatie tussen deze beide aspecten vaak

zeer onhelder is.

3. En dan: er zijn overtuigingen die men als slecht zal moeten verwerpen,

en andere die men kan aanvaarden al deelt men ze niet of niet ten volle.

Èn voor zichzelf, èn in de discussie met anderen zal men dan ook moeten

verantwoorden, met welke maatstaf men zijn overtuiging wil meten.

4. Het is voor elk mens wellicht een grote moeilijkheid te moeten erkennen,

dat hij-alléén op z'n allerbest een klein stukje van de waarheid kan

kennen, -en dat meer inzicht in de waarheid (dat is: dat waar het om

gaat] pas verworven kan worden in een gemeenschap.

Daarmee wordt bedoeld, dat mensen op een zeer

wézenlijke manier andere mensen nodig hebben;

-niét zoiets als: "hoe groter de gemeenschap,

hoe meer waarheid". Ik kom hier -zij het impliciet-

op terug.

5. a] Voor hun ontplooiing moeten mensen dan ook in dialoog leven met

anderen. En door zekere kenmerken bepaalde groepen van mensen

moeten om dezelfde reden in gesprek blijven met andere groepen.

Daarmee is het vertrouwen uitgesproken, dat juist in een dergelijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 94

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's