Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 310
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 278 -
onderzoek en de toepassing daarvan geldt: "Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij
door niets laten knechten". (1 Cor. 6:12) Dat is immers, zoals H.N, Ridderbos in
een ander maar hiermee niet strijdig verband schreef, "een christelijk adagium van
de eerste orde dat niet alleen betrekking heeft (zoals sommigen schijnen te menen)
op het gebruik van genotmiddelen, op roken en drinken, maar een veel diepere en be-
langrijker betekenis heeft, wanneer wij de christelijke vrijheid en heiliging van
het leven zoeken te betrachten op die terreinen van het leven, waar voor de mens
de grote beslissingen vallen." (16) Die terreinen zijn zeker hoe langer hoe meer
ok die van wetenschap en technologie.
Deze onthouding zal ook in actieve zin tot uiting moeten komen door hier en daar
een stap terug te doen binnen schijnbaar autonome ontwikkelingsgangen, om zo op
een ander spoor te kunnen komen. Dan blijken, anders dan fatalistische volks-
wijsheid meent, stilstand en zelfs terugtreding geen achteruitgang te zijn maar
vooruitgang te kunnen zijn.
Goudzwaard en Schuurman, al eerder door mij geciterrd als ontmaskeraars van vooruit-
gangsbijgeloof, gaven dat elk op eigen wijze aan. De eerste zint op"het terugdraaien
van het proces van oeverloze functionele delegatie in de samenleving, waardoor de
onderneming is gereduceerd tot een eenzijdig-technologisch expansie-instrument."
(17) De tweede overweegt of "wij ons op een nieuwe wijze moeten aansluiten bij ver-
geten tradities in de geschidenis der techniek". (18) En E. Boeker, om nog een der-
de te noemen, ziet uit naar een stationaire samenleving met ecologische kringlopen
voor voedsel en grondstoffen. (19) Het is duidelijk dat dit veel meer van ons zou
vergen dan slechts het afremmen van een aantal ontwikkelingen.
Taak voor de toekomst
In de toenemende spanning tussen voortgang in de tegengestelde richtingen van het
positieve en het negatieve, vraagt het volgen van het tweede grote gebod van de
christenheid om ook en juist op het terrein van de wetenschap de toekomst in te
trekken met meer (zelf)kritiek op (zelf)ontplooiing dan ooit. Niet in de utopisti-
sche zinsbegoochelingen met eigen hand en met eigen kracht het nieuwe Jerusalem
te r annen bouwen. Evenmin zich ontveinzend dat de christelijke toekomstverwach-
ting catastofes niet uitsluit. (20)
Maar tegelijkertijd wetend dat het werken van de mens niet zinloos hoeft te zijn
en dat wat straks herschapen wordt nu al in sustantie aanwezig is. (21) En gelovend
Gods mede-arbeiders te mogen zijn, ook op de weg naar de Vooruitgang die God be-
loofd heeft en geven zal.
In dit brede kader en dat ver strekkende perspectief hebben christenen een eigen
taak en visie, juist bij het beoefenen van wetenschappelijk onderzoek en het on-
derwijzen daarin en het toepassen daarvan; dat geldt dan bij uitstek een christelij-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's