Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 251
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 221 -
mingscommissies, waarin de subfaculteitsraad ook een met de CPN
sympathiserende student als lid had benoemd. Ik was het met de
houding van mijn beide collega's niet eens. In het ene geval ben
ikzelf in die commissie gaan zitten, in het andere geval heb ik
de betreffende collega gesteund, niet omdat ik zijn principiële
zienswijze deelde - dat deed ik zoals gezegd niet -, maar omdat
van de kant van de spraakmakende studenten zijn integriteit in
twijfel werd getrokken en hij met modder werd overspoten. Vraag
mij niet, wie het meest in overeenstemming met de doelstelling
handelde in deze volgens velen zeer principiële aangelegenheid.
Ik weet het niet.
Nu "de VU" als geheel, en "men". Dit soort formuleringen vind ik
in dit verband onzin. Honderd jaar geleden, toen de verzuiling, en
dus ook de VU, van de grond kwam, werd sterk institutioneel gedacht,
en dat niet alleen in calvinistische kring. Heden ten dage wordt
veel sterker personalistisch gedacht. Daarvoor zijn goede verkla-
ringen aan te voeren, die ik nu, om het artikel niet onnodig lang
te maken, maar niet opschrijf. De ontwikkeling van institutioneel
naar personalistisch denken vind ik een goede. Wij zijn - en dat
is zéker evangelisch - individueel, als persoon, verantwoordelijk
voor ons doen en laten.
Voor toetsing van de wetenschapsbeoefening kent "de VU" als zodanig
geen richtlijnen en dat is maar goed ook. Mijn eigen dilemma heb
ik hierboven al geschetst; voor de gehele VU-bevolking zal een
groot aantal vergelijkbare voorbeelden kunnen worden gegeven. Het
feit dat de VU als zodanig geen richtlijnen kent, wil overigens
niet zeggen dat aan de VU in het geheel geen richtlijnen worden
gehanteerd. De toewijzing van formatieplaatsen uit de universitaire
onderzoekspoül heeft mede plaats op grond van de mate waarin het
voorgestelde onderzoek van belang is "gezien de doelstelling van de
Vrije Universiteit". Ook dan blijkt onmiddellijk, in welke bochten
men zich moet wringen om tot een toetsbare relatie met de doelstel-
ling te komen. Het is zinvol, de commissie die de universiteitsraad
over de toekenning van deze formatieplaatsen adviseert uitvoerig
te citeren:
"Voor sommige faculteiten, bijv. die der godgeleerdheid,
wordt wel gesteld", aldus de commissie, "dat al hun onder-
zoek van bijzonder belang geacht kan worden voor de reali-
sering van de doelstelling van onze universiteit, omdat
de vraagstelling van het onderzoek ofwel onmiddellijk ver-
bana houdt met de inhoud van het christelijk geloof, ^ofwel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's