Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 26
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 20 -
de sociale wetenschappen, zegt hij, wint de opvatting terrein dat maat-
schappelijke invloeden, waarden niet alleen werkzaam zijn bij input en
output van wetenschappelijke onderzoeken (bij keuze van problemen,
resp.bij de verwerking van resultaten), maar ook in de fase tussen input
en output: die van de theorievorming. B.v. aan een ekonomische theorie
ligt impliciet een bepaald mens- en maatschappijbeeld ten grondslag,
dat ongemerkt een sturende invloed uitoefent. Men spreekt van een re-
latieve autonomie tussen buitenwetenschappelijke waarden en binnen
wetenschappelijke eisen c.q. normen van objektiviteit, logische precisie
en konsistentie. Het woord 'relatief' moet dan in z'n meest letterlijke
zin opgevat worden: de maatschappelijke matrix en de sociale theorieën
vervullen juist in hun betrokkenheid op elkaar een autonome funktie.
Hetzelfde model van de relatieve autonomie van waarden en wetenschap past
Plattel ook toe op de relatie tussen levensbeschouwelijke waarden,
c.q. oriëntaties en wetenschappen. Omdat het een relatieve autonomie is,
vindt hij het beter om niet van christelijke wetenschap of christelijke
wetenschapsbeoefening te spreken. Maatschappelijke en levensbeschouwelijke
oriëntaties zonder wetenschappen zijn leeg en wetenschappen zonder maat-
schappelijke en levensbeschouwelijke oriëntaties blind.
H. Hortensius betreurt het dat men momenteel aan de VU met de doelstelling
alle kanten op kan. Hij heeft wel begrip voor dat verschijnsel als een
reaktie op het keurslijf van de vroegere grondslag, maar het zou beter
zijn om het adjektief 'christelijk' zó lang aan de VU niet te gebruiken
als er geen overeenstenraiing over de konkrete inhoud daarvan gevonden is.
Hij stelt voor om 3 jaar uit te trekken voor een fundamentele diskussie
over het naar vorm en inhoud konkretiseren van "het dienen van God en
Zijn Wereld". Als die diskussie niet uit kan monden in een gezamenlijke
positiekeuze, dan is het beter de doelstelling maar af te schaffen.
Knol zou het - daar is al eerder op gewezen - al een grote winst vinden
als er onder christen-denkers een konsensus was over de dienende funktie
van wetenschap, en over de opvatting dat het in de wetenschap gaat om
kennis van de fundamentele wetten die in de schepping zijn neergelegd.
G. Speelman (haar bijdrage zet in bij sub-thema c.) wil de noodzaak
en de wenselijkheid van een konsensus beargumenteren vanuit de minimum-
implikaties die in het er op na houden van de doelstelling liggen opge-
sloten: het hebben van een doelstelling (als universiteit)impliceert
tenminste een bepaalde visie op de maatschappij, en op de relatie tus-
sen universiteit en maatschappij. De doelstelling moet dus politiek
vertaald worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's