Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 346
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 312 -
de formulering van een gemeenschappelijk beleid. Om dat onderzoeken
kan niet worden volstaan met een zuiver beschrijvend overzicht maar
moet inzicht geboden worden in de achtergronden van m.n. de verschillen.
Met het oog daarop, volgen hier een aantal opmerkingen:
In de eerste plaats moet men nagaan op welke beleidsterreinen de
meningsverschillen liggen, en in hoeverre het bestaan van meningsver-
schillen een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van een gemeenschap-
pelijk beleid. In de tweede plaats zijn er ook verschillen in visie
op de noodzaak van eenstemmigheid, anders gezegd: op de toelaatbaar-
heid van meningsverschillen . Of het bestaan van meningsverschillen
toelaatbaar geacht wordt, hangt ook weer af van de aard van het be-
leidsterrein waarop ze betrekking hebben. In de derde plaats sluiten
meningsverschillen tussen personen op het ene beleidsterrein eenstem-
migheid op andere beleidsterreinen niet uit, en omgekeerd.
In de vierde plaats:om de meningsverschillen te begrijpen is het niet
alleen nodig de achterliggende interpretaties van de inhoud van de
doelstelling in het vizier te krijgen, maar ook de achterliggende
visies op de aard van de doelstelling. Ziet men de doelstelling
als grondslag en fundament van de universiteit, als norm voor het han-
delen op alle beleidsterreinen, als inspiratiebron of als een te rea-
liseren stand van zaken? Hiermee samenhangend: ziet men de konkreti-
sering van de doelstelling als een proces waarin de - haast objektief
logische - implikaties van de doelstelling bloot gelegd moeten worden,
of als een proces waarin tegen de achtergrond van persoonlijke betrokkenheid -
en persoonlijke visies aan de gestaltegeving van de doelstelling ge-
werkt wordt? De visie die men heeft op de aard van de doelstelling,
heeft grote invloed op de beantwoording van de vraa^ op welke beleids-
terreinen de doelstelling vooral zichtbaar moet worden. Personen die de
doelstelling als grondslag (beginsel) of als norm opvatten, leggen een
sterke nadruk op benoemings- en toelatingsbeleid als instrumenten voor
de vestiging en de handhaving van de identiteit van de VU als christe-
lijke universiteit. Personen die de doelstelling eerder zien als een
te realiseren stand van zaken, zullen meer de nadruk leggen op onder-
wijs-, onderzoeksbeleid, en op de bijdrage die de VU levert aan de
bestudering/oplossing van (wereld)samenlevingsvraagstukken. De gemaakte
indeling is grof: de posities die personen innemen zullen niet altijd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's