Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 23
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 17 -
echter wel verlangd worden dat hij met christelijke intentie in de weten-
schap bezig is. P. Nijkamp wil onder christelijke wetenschap verstaan:
wetenschap die haar uitgangspunt neemt in de bijbelse normen die door de
Schepper gesteld zijn voor een zinvolle ontplooiing van schepping en
samenleving. C A . van Peursen spreekt in verband met de wijsgerige be-
zinning die hij dwars door de fakulteiten wil laten plaatsvinden, over
een poging om te komen tot een christelijk filosoferen.
C. Sanders wijst de mogelijkheid van een christelijke wetenschap af:
Het christelijk geloof is geen bron van extra gegevens voor de wetenschap
waarover een niet-christen niet beschikt, maar moet wel tot uitdrukking
komen in de wijze waarop de christen-wetenschapper de resultaten van zijn
onderzoek verantwoordt, en in de wijze waarop hij stelling neemt tegen de
mogelijke negatieve effekten van de ontwikkeling van de wetenschap voor
mens en samenleving.
Ook J.G. Kno1 zet vraagtekens achter de mogelijkheid en de wenselijkheid
van christelijke wetenschap. Het zou, zegt hij, los van de vraag of de
christelijke wetenschap mogelijk is, al een grote winst zijn als er onder
christen-denkers een konsensus was over de dienende funktie van de wetenschap,
en over de opvatting dat het in de wetenschap gaat om kennis van de funda-
mentele wetten die in de schepping zijn neergelegd.
H.J. Heering stelt in zijn bijdrage over thema II dat de wetenschap wel
autonoom moet zijn, maar niet zelfgenoegzaam, autarkisch. De mens moet
moediger dan vroeger nodig was grenzen stellen aan wetenschappelijk on-
derzoek en de toepassing van de resultaten daarvan. Maar dat vergt nog
geen christelijke wetenschap.
M.A. Maurice laat het antwoord op de vraag of er van christelijke wetenschap
gesproken kan worden, enigszins open. Christelijke wetenschap is, zegt hij,
- wat het verder mag zijn - een aktiviteit van christenen, van mensen die
zich aan de bijbelse boodschap gewonnen hebben gegeven. Wetenschap zou
men christelijk kunnen noemen als die
a. dienstbaar is aan de opheffing van verhoudingen die niet voldoen aan
bijbelse normen,
b. recht doet aan de geschapen werkelijkheid in haar verschillende momenten,
c. in een levend kontakt staat met andere vormen van kennen dan de wetenschap-
pelijke die gevoed worden door bijbelse inzichten.
Ë.H, van Olst is de enige die de vraag aansnijdt of de VU als christelijke
universiteit opgericht zou moeten worden als die niet opgericht zou zijn.
Hij merkt op dat in onze tijd wellicht zou kunnen worden volstaan met iets
als een 'Christian Institute for Advanced Studies'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's