Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 15
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 11 -
Kort verslag van de discussies in Nijmegen over de grondslag van de K.U.N.
"Elke instelling die zich niet geregeld bezint op haar eigen naamgeving en doelstel-
ling wordt vaak stilzwijgend achterhaald door de levende werkelijkheid der voortschrij-
dende geschiedenis. Zij neigt dan, ook wanneer haar bestaansreden in nieuwe omstan-
digheden nauwelijks nog zinvol is, vanzelf tot bestendiging louter uit kracht der
gewoonte."
Deze woorden vormen het begin van het rapport, waarmee in 1970 de in 1966 door de se-
naat van de Katholieke Universiteit Nijmegen (K.U.N.) ingestelde commissie-Schille-
beekx haar werkzaamheden beëindigde. De aan deze commissie opgedragen taak was een her-
nieuwde bezinning op het bijzonder karakter van de universiteit en op haar functie.
Het genoemde rapport verscheen onder de titel "Katholieke Universiteit? Kritische re-
flectie over de eigen aard en functie van de katholieke universiteit Nijmegen" in
de serie Annalen van het Thijmgenootschap 59 (april 1971)nr. 1. Uitgeverij Paul Brand
Bussum. Op 2 oktober 1971 vond een studiedag plaats van het genootschap over de katho-
liciteit van de K.U.N. Reacties en meningen ten aanzien van deze problematiek kregen
een plaats in een tweede publicatie: Katholieke Universiteit? II Reacties en meningen,
Annalen van het Thijmgenootschap 60 (maart 1972) nr.1. Uit deze uitgaven is in het
hierna volgende geciteerd.
Wat hier volgt is allereerst een korte samenvatting van het rapport-Schillebeekx.
Het enige uitgangspunt van de commissie is geweest om niet zomaar uit te gaan van het
bestaande, maar met inachtneming van de overweging dat de status van de K.U.N, niet
willekeurig veranderd kon worden (1,8-9) naar een reële zingeving voor de K.U.N, te
zoeken.
In het rapport schildert de commissie de voorgeschiedenis van de K.U.N. In 1823 werd
de gedachte van een katholieke universiteit voor het eerst geopperd. Deze gedachte
stuitte vooral op weerstand bij katholieke academici opgeleid aan openbare universi-
teiten, omdat men zich zo'n K.U. niet anders kon voorstellen dan als een apologetisch
en polemisch instituut dat wetenschap en geloofsverdediging bot zou vereenzelvigen, en
uit angst voor het mogelijke ghetto-karakter van een K.U. Men zag dan meer heil in het
stichten van katholieke leerstoelen aan openbare universiteiten. Deze laatste gedachte
werd in het begin van deze eeuw opgegeven. Een beslissende wending betekenden de ar-
tikelen van Gerard Brom in 1918 in "De Beiaard". Hier is het beeld van een K.U, als
een bolwerk verlaten, en de K.U, getekend als echte universiteit met de wetenschap als
eigenlijk doel. Dit leidde tot de oprichting van de K.U.N, in 1923. Zij diende in de
eerste decennia van haar bestaan de emancipatie van de katholieken in het hoger on-
derwijs. Deze emancipatie werd in de jaren '60 als (ongeveer) voltooid beschouwd. De
katholieke identiteit diende daarom een nieuwe invulling te krijgen. Voor dat doel in-
stalleerde de senatus contractus van de K.U.N, in 1966 de bovengenoemde commissie-
Schillebeekx (leden:E.C.F.A. Schillebeekx; S.1. Bonting; J.M.G. Thurlings en S.F.L.
baron van Wijnbergen, allen hoogleraar aan de K.U.N.).
Het rapport uit het jaar 1970 laat zien hoe de universiteit zich heeft ontworsteld
aan de bevoogding door de rooms-katholieke kerk, al behoudt zij nauwe banden met deze
organisatie, die nog steeds veel invloed bezit bij bepaalde benoemingen. De K.U.N, is,
aldus de commissie, geenszins een kerkelijke universiteit, rechtstreeks afhankelijk
van de kerkelijke hiërarchie.
In het rapport wordt veel plaats ingeruimd voor een uitvoerige bespreking van de uit-
gangspunten van wetenschapsbeoefening (I,hoofdstuk IV en V; blz 39vv). De commissie
verwerpt met klem de gedachte van een waardenvrije wetenschap. In het rapport vragen
de commissieleden aandacht voor de relatie van wetenschap en levensbeschouwing.
De grondslag van élke universiteit - dus ook van een katholieke - ziet men in het
etenschappelijk waarheidsethos (I,A8; passim). Vanuit haar dienst aan de bevrijdende
waarheid levert de universiteit een bepaalde dienst aan de mens in zijn persoonlijk
en maatschappelijk bestaan. Deze eigen bijdrage is hierin gelegen dat de universiteit
enerzijds in onderwijs en onderzoek een systematische studie opzet van de vele deelwe-
tenschappen in hun relatieve eigenheid en hun onderlinge samenhang, en dat zijn ander-
zijds deze wetenschappen brengt tot een kritische zelfreflectie. Tot dat universitair
waarheidsethos behoren dus ook aandacht voor de voor- en na-wetenschappelijke vragen,
voor de maatschappelijke vooronderstellingen en gevolgen, voor implicaties en conse-
quenties van de wetenschap, voor de toepassing ervan en de kritische integratie in de
praktijk van het leven, M.a.w.: Tot de opdrachten van de universiteit behoort mede een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's