Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 105
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 85 -
Binnen de Vrije Universiteit heeft, juist in het licht van het voorgaande,
de wijsbegeerte een belangrijker rol te vervullen dan aan openbare universitei-
ten. Onder "wijsbegeerte" moet daarbij ook eerstaan worden elk interdiscipli-
nair overleg en interfacultaire studie, die grondslagen en reikwijdte van een
vakdiscipline aan de orde stelt. Voorts m.oet men onder "wijsbegeerte" niet
zonder meer de wijsgerige systemen verstaan - deze zijn kristallisatie en
vertrekpunten - maar de poging om samenhangen te gaan zien tussen wetenschappen
en tussen wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk kennen, tussen theoretisch
verklaren en zedelijke overreding, en tussen taal in het algemeen en de zin van
de werkelijkheid.Met het veel geciteerde woord van Kant: men moet geen filosofie
maar filosoferen leren. In die zin is er geen christelijke filosofie, hoogstens
als mijlpalen op de bezinningsweg van christenen, maar nimmer voltooid christe-
lijk filosoferen.
Er moet juist in de Vrije Universiteit ruimte zijn voor dit christelijk
filosoferen. Weet men dan meer van de werkelijkheid dan niet-christenen? Niet
in de zin dat de christelijke Openbaring extra informatie zou bieden. Dat zou
maar tot luie christelijke filosofen en wetenschappers leiden. Het scheppings-
verhaal geeft geen aanvullende informatie op dat wat de wetenschap over ontstaan
en ontwikkeling van het universum op het spoor komt. Het plaatst zulke weten-
schappelijke informatie wel binnen een wijder, religieus-beslissend kader. Maar
als de christen belijdt dat God bestaat, weet hij dan niet meer dan iemand die
daarniet van wil weten? Belijdenistaal is geen theoretische, cognitieve taal.
Wel kan de christen voor zichzelf formuleren dat hij, ook met zijn theoretisch
denkend verstand, zeker weet dat God bestaat. Maar zodra deze "informatie" los-
geweekt wordt uit de context van zinrijke, meer dan cognitieve taal, verliest
zij haar volle betekenis en overtuigingskracht. De buitenstaander wordt nimmer
door feitelijke constateringen of door bewijzen omtrent het Godsbestaan over-
tuigd. En de christen, die al te zeer zijn meer theoretisch weten omtrent God
losmaakt uit de context van aanbidding, belijden en handelen , riskeert al spoe-
dig slechts een fossiel van levend geloof over te houden.
Als beleidsaanbeveling kan op grond van voorgaande overwegingen ge-
steld worden dat er een wijsgerige bezinning nodig is, dwars door alle facultei-
ten heen en samenkomend in de studie van de wijsbegeerte als poging tot christe-
lijk filosoferen. Daarbij zullen samenhangen tussen wetenschappen en tussen weten
schap en dagelijkse ervaring en verantwoordelijkheid aan bod moeten komen. Daar-
bij zullen tevens de samenhangen tussen verschillende manieren van kennen -
theoretisch, religieus, esthetisch e.d. - aan de orde moeten komen. De vragen
naar de zin van de werkelijkheid komen daarbij in het zicht.
C A . van Peursen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's