Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 111
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 91 -
In de geschiedenis der filosofie heeft men vanaf Aristoteles de aan-
dacht voornamelijk gericht op een element van dit probleem: het uni-
versele. Men zag in, dat bedoelde kennis universeel van karakter is,
terwijl dit universele niet aangetroffen wordt in de waarneembare
werkelijkheid.Wat is de status van dit universele? De strijd tussen de
realisten, die meenden, dat het universele bestaat buiten de mens,
en de nominalisten, die het universele uitsluitend een naam achten,
en de conceptualisten, die van oordeel waren, dat het universele
slechts een idee in de geest van de mens is, deze strijd is tot heden
onopgelost.
Aan dit voorbeeld wil ik nu, als mijn verscheidenheid, de betekenis van het
christelijk geloof voor de wetenschap illustreren. Er zijn twee gegevens
die in principe althans de weg voor een oplossing van dit probleem
wijzen. Vele wetenschappen vatten kennis expliciet op als kennis van
wetten en structuren. De Heilige Schrift leert ons vervolgens Gods
wet en woord kennen als Zijn bevel, waardoor al het werkelijke bestaat
zoals het bestaat. De conclusie, die ik trok, ligt m.i. voor de hand.
Onze kennis is kennis van de wetten, de structuren, de orde, die het
werkelijke doen zijn wat het is. Het universele is een krarakteris-
tiek van deze wet van God. Zo bezien is de incongruentie tussen weten-
schappelijke kennis en werkelijkheid gebaseerd op de incongruentie
tussen de wet van God en Zijn schepping, onze werkelijkheid. Deze
transcendente wet, waaronder al het geschapene staat, kan de mens
in de wetenschap (en ook daarbuiten) in taal duiden.
Een complicatie, waarop ik de aandacht wil vestigen zonder die te be-
spreken, is, dat voor wat de mens in deze werkelijkheid betreft de
wet een normbeginsel is, dat hij moet positiveren, b.v. in de wetgeving
voor de staat.
Kan men nu uit deze betekenis van het christelijk geloof voor de weten-
schap, waarmee het conflict van realisme en nominalisme op te lossen
lijkt, concluderen, dat wetenschap christelijke wetenschap behoort te
zijn? Ik meen van niet. Het is immers mogelijk het duiden van wétten
en structuren als de taak van de wetenschap op te vatten -zonder de
erkenning, dat het om de wet van God gaat.
De idee van een christelijke wetenschap wekt de verwachting van een
volstrekt andere wetenschap en dat is onterecht. Zoals reeds opge-
merkt is in wetenschap behalve centraal ook perifeer geloof van in-
vloed. Dit laatste steunt op een betrekking tot een allen gegeven wer-
kelijkheid, die dan voorts verschillend geïnterpreteerd wordt. Maar
deze interpretatie is niet volstrekt vrij doch voor iedereen gebonden
aan een zeker besef van Gods wet zonder welk besef niemand kan bestaan.
Kuyper noemde dat de gemene gratie. In zoverre dit besef er is en werk-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's