Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 122
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 102 -
heel andere orde dan de kennis die verkregen wordt bij de bestudering van de
structuur van die symfonie in de muziektheorie.
De mens die beide vormen van kennis bezit kan deze echter integreren. Hij doet
dat terwijl hij met zijn wetenschappelijke kennis gewapend een uitvoering van
de symfonie gaat beluisteren. Indien hij dat doende zijn wetenschappelijke
kennis achter zich laat, gaat deze op de wijze van een kristalrooster fungeren:
de doorleefde kennis 'kristalliseert' in een grotere diepte en volheid uit.
Zo gezien is wetenschappelijk werk, volgens welke spelregels dan ook verricht,
zeker geen bezigheid die geïsoleerd staat van hetgeen een christelijke univer-
sitaire werkgemeenschap ten diepste beweegt.
6. Basis voor brede samenwerking
Vanuit onze opvatting is een brede samenwerking met wetenschappers van allerlei
geaardheid en richting, binnen en buiten de universiteit, mogelijk. Het kan
zelfs zó zijn, dat de samenwerking met een niet-christen vruchtbaarder is,
dan met een christen, althans zolang men op vakwetenschappelijk gebied blijft,
zolang men het spel van de wetenschap speelt. Daarmee mag het voor de christen
evenwel niet uit zijn.
7. De onmogelijkheid van christelijke wetenschap
Wetenschap als zodanig is niet christelijk of on-christelijk; ze wordt correct
of niet-correct beoefend, d.w.z. dat de spelregels zoals die door een weten-
schappelijke gemeenschap al of niet expliciet zijn geformuleerd, al dan niet
nauwgezet in acht genomen worden.
Ook christelijke wetenschapsbeoefening is slechts in een zeer bepaalde zin
mogelijk.
Het is beslist niet zó, dat het christelijk geloof een bron zou kunnen zijn
waaruit extra gegevens geput zouden kunnen worden, die tesamen met de empirische
data toetsstenen zouden kunnen vormen voor een wetenschappelijke theorie. Ook
methodisch heeft de christen geen extra's.
De wetenschappelijke gissingen van de christelijke wetenschapsbeoefenaar moeten
aan dezelfde procedures onderworpen worden, als die van de niet-christen.
In welke zin is christelijke wetenschapsbeoefening dan wel mogelijk? Het ant-
woord op deze vraag is eigenlijk reeds ten dele gegeven. Het christelijke
krijgt gestalte in de wijze waarop hij de resultaten van zijn onderzoek ver-
antwoordt en voorts in de wijze waarop hij stelling neemt tegen de mogelijke
ontwikkeling der wetenschap op gebieden, die vanwege de implicaties voor de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's