Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 181

Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU

2 minuten leestijd

- 155 -

allerlei vaak tegengestelde opvattingen door die overheid onder één

noemer zouden moeten worden gebracht. En vervolgens omdat ze in

dezen direct zoveel mogelijk zelf willen beslissen. Het gaat dus

in feite ook om het recht om. zelf rechtstreeks te beschikken over zaken waar

men zich direct voor verantwoordelijk weet.

Het recht om eigen keuzen te maken, prioriteiten te stellen bij

opvoeding, onderwijs en onderzoek.

Geldt dit alles nu voor alle soorten onderwijs, van kleuteronder-

wijs tot en met universitair onderwijs? Mijn antwoord luidt voluit

bevestigend, maar ik moet nu uiteraard wel gaan nuanceren.

De vraag komt dan op: aan wie komt die vrijheid toe, wie mag er

gebruik van maken? In onze terminologie is dat het bevoegd gezag.

Men mag ook zeggen: de stichters. Van belang is door wie dat

wordt gevormd. Voor het lager- en het voortgezet onderwijs zijn dat

in de eerste plaats de ouders, maar ik zou daar graag, zoals we dat

in de contourennota's ook hebben gedaan, aan willen toevoegen: de

geestelijke gemeenschap waarop de school rust. De ouders en de zgn.

geestelijke gemeenschap vormen meestal de stichters van een b i j -

zondere school. Spreekt men over hoger of wetenschappelijk onderwijs,

dan worden de ouders min of meer vervangen door de studenten, die

in zekere zin als volwassenen de verantwoordelijkheid van de ouders

overnemen. Een aparte plaats bekleden in beide gevallen de onder-

wijsgevenden, aan wie een stuk verantwoordelijkheid is gedelegeerd.

Toch kunnen vaak de studenten noch de onderwijsgevenden (c.q. weten-

schappelijk, technisch, administratief personeel) tot de stichters

worden gerekend..

Donner heeft in zijn dissertatie over ''De vrijheid van het

bijzonder wetenschappelijk onderwijs" deze zaak ook besproken.

Ik citeer met instemming van hem (pag. 2 0 9 ) :

"Anders dan de vrijheid van onderwijs en de vrijheid tot het stich-

ten van scholen is de vrijheid van richting niet een vrijheid die

aan iedere staatsburger toekomt. Deze vrijheid is daarentegen een

afgeleide, het uitsluitend privilege van hen, die tot het stichten

of instandhouden van een bijzondere instelling overgaan".

Ik zou er nog aan toe willen voegen: de overheid geeft de subsidie

voor een instelling voor bijzonder wetenschappelijk onderwijs in

dit land niet aan elke willekeurige geestelijke gemeenschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's