Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 120
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 100 -
licht van dit streven van deze werkgemeenschap gezien te worden. Doelstellingen
ontspruiten daaruit.
De vraag mag en moet gesteld worden of het zojuist geschetste ideaal wel echt
leeft en of het wel bewust nagestreefd wordt. Een bezinning daarop lijkt
dringend geboden.
Het feit dat een aantal mensen bewust aan het avontuiir met zo'n christelijke
werkgemeenschap wil deelnemen, betekent niet dat zij zich isoleren en dat mensen
die niet tot hun geloofsgemeenschap behoren, niet aan hun universiteit zouden
mogen werken. Integendeel, zij zijn hartelijk welkom, mits zij het christelijk
perspectief serieus willen nemen door zich loyaal tegenover de doelstellingen
op te stellen.
Zoals nog nader wordt uiteengezet bestaan er goede mogelijkheden voor vrucht-
bare samenwerking.
4. Het geloof en de 'beschouwingen'
Wat samenbindt (de 'consensus') en waarop men kan worden aangesproken, is dus
de herkenning dat men uit éénzelfde betrokkenheid (geloof) handelt en werkt
en dat men samen naar verdieping en vernieuwing daarvan streeft. Naarmate men
echter meer gaat reflecteren over het in-relatie-staan en over de praktische
consequenties daarvan, naar die mate wordt het waarschijnlijker dat men tot
uitgekristalliseerde 'beschouwingen' komt over het leven, de maatschappij, de
wetenschap etc.
Deze 'beschouwingen' vallen niet meer in de geloofstaal - waarover wij spraken
- te formuleren, maar wel in een (semi) wetenschappelijke.
Het merkwaardige hierbij is, dat mensen die zich één in hun verbondenheid met
God weten, tot uiterst verschillende beschouwingen kunnen komen. Het is zeer
nuttig indien daarover gediscussieerd wordt, ook indien de vraag wordt gesteld
of deze beschouwingen wel verenigbaar zijn met het geloof. Daarbij moet echter
angstvallig gewaakt worden tegen het grote misverstand dat in de geschiedenis
van de Kerk verwoestend heeft gewerkt: de mening dat beschouwing en geloof
identiek zouden zijn, of dat het geloof noodzakelijk tot één beschouwing zou
moeten leiden.
Beschouwingen zijn afgeleide zaken, die nimmer de kwalificatie 'waarheid' of
'universele geldigheid' mogen opeisen. Het zijn altijd voorlopige opvattingen
en inzichten, die noodzakelijk beperkt zijn; het zijn gereduceerde weergaven
van een onzegbare realiteit, die de sporen dragen van cultuur, persoonlijke
levensgeschiedenis en -geaardheid van de aanhanger ervan.
5. Vrijheid van wetenschapsopvatting
Er dient derhalve vrijheid te zijn voor velerlei wetenschapsbeschouwing aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's