Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 231

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 231

Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU

4 minuten leestijd

- 203 -

Voor mij is het „God dienen en Zijn wereld" vooral ,,God dienen door Zijn

wereld serieus te nemen". Uit deze overtuiging spruiten ook mijn opvat-

tingen over gezondheid en gezondheidszorg voort. In een onlangs verschenen

boek (KUIPER, 1980) heb ik getracht aan te geven hoe mijn opvattingen over

hulpverlening, probleemverheldering en organisatie van de gezondheidszorg

samenhangen met mijn mensopvatting. Ik ga uit van een personalistische

mensopvatting, waarin de mens gezien wordt als een wezen-in-relatie-met-de

wereld.

Centraal in deze opvatting staat de persoonlijke menswording, een proces

waarin de mens de verantwoordelijkheid voor zijn eigen bestaan op zich neemt.

In dat proces leert hij zowel zingever van zijn eigen bestaan als mede-mens

te worden. Hij leert zijn eigen territorium te verwerven maar tevens om dat

territorium met anderen te delen.

Ik ben voor mij zelf overtuigd dat deze opvatting over het mens-zijn geheel

in de lijn ligt van het evangelie, maar het strijdt met mijn eigen inklu-

sieve instelling om te claimen dat het om een Bijbelse mensopvatting gaat.

Het komt er op neer dat ik mijzelf laat bepalen door het evangelie -althans

naar de interpretatie die ik daaraan meen te mogen geven- maar dat ik weiger

het resultaat van mijn arbeid christelijk, laat staan reformatisch, te noe-

men". Van mensen als ik -en er zullen er ongetwijfeld meer zijn binnen de

vu-gemeenschap- kan niet verwacht worden dat zij een bewuste bijdrage leve-

ren aan een christelijke wetenschap of een calvinistische wijsbegeerte. Het

inklusieve vraagt geen exklusieve aandacht. Wel hoop ik dat mee door mijn

werk de werkelijke vrede op deze aarde wordt bevorderd, of om het in meer

kloeke taal te zeggen: dat het Koninkrijk Gods op deze aarde wordt geves-

tigd. Ik hoop dat mijn werk er toe kan bijdragen dat mensen bevrijd worden

van gebondenheid aan ondeugelijke ideologiën en dat zij er enige hoop voor

de toekomst aan kunnen ontlenen.

Konsekwenties voor een beleid.

Mijn persoonlijke opvattingen vormen slechts een klein deel van het hele

komplex van opvattingen dat binnen de VU leeft ten aanzien van de doelstel-

ling en de uitwerking ervan. Bij inklusief denkende mensen leeft de hoop dat

een hele organisatie zich inklusief zou gaan opstellen om van daaruit kon-

krete doelen te formuleren. De feitelijke situatie is -zoals boven reeds uit-

een gezet- anders. Inklusiviteit en exklusiviteit komen samen voor en het

lijkt mij realistisch om daarvan uit te gaan. Dat houdt voor het beleid naar

binnen in dat er op een of andere wijze een relatie tussen beide aspekten

moet worden gelegd en naar buiten dat men voorzichtig moet zijn met de pre-

tentie dat iets het karakter van de VU zou zijn.

Eerder heb ik gezegd dat ik de waarde van de VU niet zag als een exklusieve

organisatie. Ik zou ook kunnen zeggen: de VU zal zich in onze samenleving

niet als exklusieve organisatie kunnen handhaven. Met recht mag echter ook

de vraag worden gesteld wat de toekomst van de VU als instituut zou zijn als

zij zich werkelijk in haar geheel als inklusieve organisatie manifesteerde.

Op dit ogenblik lijkt het er op dat dankzij het exklusieve aspekt de VU

zich nog als eigen instituut kan handhaven in de samenleving en dat het in-

klusieve aspekt haar zin en betekenis in de samenleving bepaalt.

Hoewel het mij soms moeite kost -dat wil ik eerlijk bekennen- om de exklu-

sieve trekken van de VU, vooral als zij zich bij bepaalde personen of groepen

of in het personeelsbleid openbaren, van harte te aksepteren, ik meen dat wij

ons gezamenlijk moeten inspannen om het schijnbaar onverzooenlijke te ver-

zoenen.

Het heeft geen zin te pretenderen dat wij het met elkaar eens zijn, het heeft

ook geen zin om koste wat het koste (weer?) op één lijn te komen. Dat wij

binnen de VU-gemeenschap ieder uiteenlopende interpretaties hebben van wat

dezelfde doelstelling heet, moeten we mar eerlijk bekennen. We hebben nu

eenmaal geen paus die bepaalt wat de enige echte interpretatie is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 231

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's