Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 174
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 150 -
Heeft het practische consequenties voor de vorm en inhoud van de hulp-
verlening?
Een ander punt. Samenwerking waarin de armste groepen niet participeren
verdient die naam niet (Koetsier). Drenth wijst op het gevaar dat men bij het
gericht zijn op de allerarmsten de eigen aard van het universitair karakter
van de samenwerking uit het oog dreigt te verliezen. Projecten dienen dan ook
beoordeeld te worden op zaken als kennisoverdracht en het opleiden van onder-
wijsmensen.
Het onderwijsprogramma dat Mulder voorstelt ter ondersteuning van de dialoog
met "anderen" kent onderdelen als: "studie van andere religies en culturen,
niet westerse wijsbegeerte en derde wereld theologiƫn"; Koetsier ziet een bij-
zondere taak weggelegd voor de theologische faculteit om te bezien wat het
betekent voor de kerk kerk te zijn vanuit het perspectief van de armen en
achtergestelden. En hij voegt er veelbetekend aan toe dat waar in een westers
land als Nederland juist grote aantallen uit de onderste lagen van de bevolking
de kerk verlaten deze groepen in de derde wereld daar juist wel te vinden zijn.
Gaat het hier om nuance verschillen of is er sprake van een fundamenteler verschil
van inzicht? Zo zijn er meer punten te noemen. Men oordele zelf.
Ter afsluiting volgt nu een korte weergave van de bijdragen.
In "Een aantal stellingen over Universitaire ontwikkelingssamenwerking" laat
Drenth plaats, doel en inhoud van ontwikkelingssamenwerking de revue
passeren en geeft tevens enkele concrete beleidsaanbevelingen. Hij pleit
voor de formulering van een onderwijsbeleid waarin sociale en mondiale
problemen een plaats innemen in het normale onderwijs- en onderzoeks-
programma. Deze problemen zijn van dien aard dat zij met name voor de
VU een van de meest directe en concrete vertalingen zijn van de doelstelling.
Als de ontwikkelingshulp problemen oplevert voor de landelijke politiek
noemt hij als oplossing naast de selectieve keuze van landen, het inspelen
op instituten die zelf zoveel mogelijk gericht zijn op de armsten.
Dat men het gevaar loopt een academische elite te kweken vormt als zodanig
geen bezwaar,i is eerder een normaal verschijnsel. Wel belangrijk is dat
men zijn capaciteiten aanwendt voor de ontwikkeling van het eigen land en
niet ten eigen bate.
"Ontwikkelingssamenwerking vanuit het perspectief van de armen" geeft
Koetsier zijn bijdrage als titel mee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's