Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 198
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 172 -
nog aanspraken op de absolute waarheid. Reden te meer voor de christen-denker
om zich aan die pretentie niet te bezondigen. 'Christelijke wijsbegeerte'
verbindt het absolute (het geloof in God's openbaring) met het relatieve
(de menselijke rede) op een nóch christelijk nóch wijsgerig geoorloofde
wijze.
De wijsbegeerte van de Wetsidee heeft van de nood der algemene gecondi-
tioneerdheid van de rede een deugd, nl van de erkenning van de transcen-
dente vooronderstelling van het denken, willen maken. Dooyeweerd betoogt
dat ieder denken een prae-reflexief uitgangspunt heeft, een archè, binnen
de immanente wereld. De jongere generatie calvinistische filosofen gebruikt
de ideologie-kritiek van de Frankforter School om met haar hulp de voor-
ingenomenheid van alle filosofie te demonstreren - en daaruit het goed
recht van een 'transcendente wortel' van de ware, de calvinistische filo-
sofie te postuleren: het gelovige, wedergeboren hart. Doch aldus fungeert
dit uitgangspunt, hoe transcendent ook, als een voor het denken aanvaard-
baar, kenbaar beginsel dat op zijn beurt het kenvermogen van de rede zuivert
en bevestigt. Zo wordt de openbaring binnen de algemene cognitiviteit ge-
haald zo niet van haar transcendentie ontdaan.
Zo regelrecht sluiten geloof en rede, wedergeboorte en wijsbegeerte niet
op elkaar aan. Dat zou alleen kunnen wanneer de openbaring als een objec-
tief gegeven voor ons ligt: in biblicisme of confessionalisme. -Tenslotte
is het niet waar dat 'het immanente denken' in de absoluutheid en zelf-
genoegzaamheid van de rede gelooft, noch dat daarentegen de erkenning van
de geconditioneerdheid van de rede noodzakelijkerwijs leidt tot het zoeken
naar een religieuze wortel: er valt volgens vele humanisten heel wel te
leven en te denken in de 'condition humaine'.
Blijft dus de erkenning van de geconditioneerdheid van de rede - waaraan
ook het denken van de gelovige zich niet zonder meer onttrekken kan. Nu
wil geconditioneerd nog niet zeggen gedetermineerd. Het denken heeft zijn
vooronderstellingen en vooringenomenheden, zijn voorwaarden ook. Maar
het feit alleen al dat het denken deze kan onderkennen bevestigt een rest
van weerbarstige zelfstandigheid of autonomie. En of we die rest klein of
groot achten - in haar is ons een instrument gegeven waarmee ordelijk,
ter zake, en intersubjectief gewerkt kan worden. Ik werk dat niet ver-
der uit. Juist die kwalificaties brengen echter de heteronomie weer
binnen, met name de twee laatste. Ter zake: Ricoeur merkt op, dat de
wijsbegeerte haar materiaal niet uit zichzelf haalt maar uit de wer-
kelijkheid. Zij moet aan de werkelijkheid beantwoorden, en staat dus
a.h.w. onder haar gezag. En de intersubjectiviteit brengt niet alleen
de eis van algemeen-verstaanbaarheid mee, maar ook de eis om rekening
te houden met de verstaanmogelijkheden van de ander - en dan liefst
niet enkel binnen eigen kringl En verstaansmogelijkheden wortelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's