Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 240
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
- 210 -
Wat geeft reden tot zorg? Opnieuw lijkt het voor het oog gunstig dat
in 1971 door de Vereniging de oorspronkelijke grondslag uit art.2
van de Statuten van 1880 werd verlaten waarop zij tot dusver voor alle
"geheel en uitsluitend" stond, te weten "de Gereformeerde beginselen".
De omschrijving van de grondslag werd nu "het Evangelie van Jezus Chris-
tus, dat naar Openbaring in de Heilige Schrift de mens in zijn gehele
leven en werken roep tot de dienst en de verheerlijking van de Ene God,
Vader, Zoon en Heilige Geest". In een ander stuk, de Regelen der Vrije
Universiteit, vindt men in artikel 1.3 eerst als doelstelling der
Vrije Universiteit "al haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie
van Jezus Christis te rechten op het dienen van God en Zijn wereld",
waarna volgt dat van "allen die tot de universitaire gemeenschap behoren,
wordt verwacht dat zij naar vermogen in de geest van de doelstelling te
werk te gaan". Tenslotte is hier van de betekenis dat dezelfde Regelen
voor hen die in de Universiteitsraad of besturen van faculteit en sub-
faculteiten zitting nemen in artikel 1.5.4. een verklaring wensen,
"dat hij/zij instemt met de doelstelling dan wel bekend is met de doel-
stelling, alsmede dat hij/zij bereid is om naar vermogen in de geest van
die doelstelling te werk te gaan in het besturen". Ter afronding zij
vermeld dat van docenten, van bestuurders der universiteit en der Vereni-
ging instemming met de doelstelling of grondslag wordt verlangd, behoudens
de gelegenheid tot dispensatie Het is goed één en ander nauwkeurig op
zich te laten inwerken want de verklaring in Regelen 1.4,5, bedoeld
vraagt geen geestverwantschap van "andersdenkenden" of "minder-beslisten";
het is voldoende dat er de bereidheid bestaat om naar vermogen mee te doen
De stand van zaken wordt ingewikkeld gemaakt doordat de Vrije Universiteit
de Wet Universiare Bestuurshervorming 1970 heeft na te leven, voor zover
de bepalingen van deze wet niet met de eigen aard der universiteit strijdt.
Ze heeft de democratisering aanvaard, de vertegenwoordiging van geledingen
door middel van verkiezingen in universiteitsraad, in faculteits- en sub-
faculteitsraden. Er is ook verkiezing voor andere lichamen: de onderne-
mingsraad, de raad van studentenaangelegenheden. In bepaalde opzichten
is de universiteit als het ware wat inrichting en bestuur aangaat, open-
gebroken. Steeds kon ieder die wilde -het stond volstrekt andersdenkenden
vrijmaan de Vrije Universiteit te studeren-, er waren slechts beperkende,
in feite niet bijster goed werkende gedragsregels en er was tot 1956
de verplichting aanwezig om, wilde men de doctorstitel verwerven, de hand-
tekening onder de grondslag der universiteit te plaatsen. Nu werd een
bepaalde deelneming aan het bestuur voor ieder mogelijk, die ter goeder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's