Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 16

Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU

4 minuten leestijd

- 12 -

kritische functie ten aanzien van de gegeven situatie van mens, maatschappij, cultuur

en godsdienst (1, 48),

De commissie verzet zich tegen elke vorm van confessionalisering van de wetenschap; el-

ke bevoogding, vanuit welk oogpunt ook, is een beperking van de academische vrijheid.

In het rapport wordt eerst de vraag gesteld naar de zinvolheid van een levensbeschou-

welijke universiteit, en daarna naar die van een katholieke universiteit. De commissie

stelt de eerste vraag aldus: "De vraag naar de zinvolheid van een levensbeschouwelijke

universiteit is een vraag naar de verhouding van de kritische zelfreflectie, als eis

der wetenschappen, tot de fundamentele levensoriëntatie." (1, 45; passim). Ze heeft

haar recht in het zich kritisch-solidair verklaren met 's mensen vrijheidsgeschiede-

nis; haar begrip van universiteit staat onder de al-omvattende waarde en intereese

van de emancipatieve vrijheid (I, 48). Bovengenoemde verhouding - door de commissie

als dialectisch omschreven - moet steeds opnieuw worden doordacht wil men niet ver-

vallen in ideologisering (1, 50.56).

Een katholieke universiteit is een bijzondere levensbeschouwelijke universiteit, con-

creet gedragen door een christelijke geloofsgemeenschap (1,52); maar'katholiek' hierin

niet gebruikt in een enge, confessionele zin, maar in een boven-confessionele zin.

De commissie formuleert dan op blz. 52-53 een definitie van "katholieke universiteit"

respectivelijk "katholieke universiteit":

"Een katholieke universiteit is een universiteit die, zoals alle universiteiten, zich

in kritische dienst aan de mensengemeenschap gefundeerd weet op het waarheidsethos,

maar bovendien gedragen wordt door een gemeenschap die ervan overtuigd is dat het

christelijk geloof een reële, de mens als mens betreffende boodschap heeft te brengen

voor zijn persoonlijke en maatschappelijke leven, en daarom ook iets zinvols te zeg-

gen heeft betreffende de uiteindelijke zin van 's mensen beoefening der wetenschappen,

hun toepassing en hun kritische integratie binnen de menselijke levenspraxis; en

die daarenboven ervan overtuigd is dat deze wetenschapsbeoefening, met haar kriti-

sche zelfreflectie en haar toepassing, zelf weer licht werpt op de oorsprong, inhoud

en draagwijdte en daarom op de interpretatie van de christelijke boodschap in deze

tijd."

"Onder 'katholiek' als predikaat van de universiteit, wordt in dit rapport verstaan:

(een universiteit) gedragen door een katholieke geloofsgemeenschap in oecumenische

openheid naar alle christelijke kerken en naar de grote wereldgodsdiensten, in dia-

loog tevens met mensen van niet-godsdienstige levensopties - een openheid en dialoog

die de universiteit hoe langer hoe meer ook in haar concrete organisatie en persone-

le bezetting gestalte wil geven."

Heel het betoog van de commissie loopt uit op een beleidsaanbeveling (I, 59vv). De

commissie stelt voor, een multidisciplinair instituut in het leven te roepen, waar-

aan uitdrukkelijk de zorg wordt toevertrouwd om de universiteit als geheel te active-

ren voor die vragen welke uit haar bijzondere doelstelling voortvloeien, te financie-

ren uit gelden uit het normale budget en met opbrengsten van bijzondere acties.

Uit de al genoemde bundel met reacties en meningen worden hier met name twee dingen

naar voren gehaald:

I. Het artikel van de hoogleraren J.Plat, O.Schreuder en S.F.L. baron van Wijnbergen,

getiteld:"Nota naar aanleiding van het rapport-Schillebeekx", 11,154-159. Zij formu-

leren in dit artikel een aantal aandachtspunten voor bovengenoemd "activerend orgaan":

1) Hulp bieden bij het na de voltooiing van de emancipatie van het katholieke

volksdeel in Nederland ontstane dilemma: Hoe is het mogelijk enerzijds tot een

zo volledig mogelijke integratie in de Nederlandse samenleving te komen, en ander-

zijds de eigen culturele identiteit in een aangepaste vorm te behouden?

2) Een oriënterende functie vervullen op de levensbeschouwelijke markt door de di-

vers opvattingen te inventariseren, te ordenen, de inhoud en de levensbeschouwe-

lijke achtergrond ervan te verhelderen en de gevolgen van diverse keuzen te be-

lichten.

3) Te demonstreren hoe ondanks de drang naar objectiviteit bepaalde stijlen van we-t

tenschap bedrijven in laatste instantie iets met levensbeschouwing te maken heb-

ben, zij het niet zelden op latente wijze.

4) Onderzoek naar de waarden en standaarden, waarnaar de Westeuropese samenleving

zich in feite richt.

Zij mag zich bij dergelijke onderzoekingen niet liëren met bepaalde groeperingen of

organisaties. Alleen als institutie van "freischwebender Intelligenz" (Karl Mannheim)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's

Studiedag 'VU Tussen twee VU-ren' - pagina 16

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 juni 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 368 Pagina's