Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 72
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
sche voorschriften. De wetenschappelijke gemeenschap reglementeert het on-
derzoek.
Het bedrijven van empirische wetenschap kan slechts aanvaardbaar gebeuren
indien men van te voren onderwezen is in de beginselen van de wetenschap
in kwestie. Dat onderwijzen is ten diepste het geven van een strakke per-
ceptuele training en een methodologische dressering. Wetenschappelijk wer-
ken heeft altijd iets van verstarring, van kunstmatigheid, van eenzijdig-
heid. Wetenschap is een strak gereglementeerd spel. Steeds dreigt het ge-
vaar dat de wetenschappelijke onderzoeker zijn enge, strak voorgeschreven
weg van kennisverwerving gaat verabsoluteren, haar gaat aanzien voor dé
weg om tot kennis te komen, om zodoende geïsoleerd te raken en het ver-
band te verliezen met het brede onthullingsproces dat zich in de geschie-
denis van de mensheid voltrekt. De wetenschap wordt dan steriel en de we-
tenschapper een vakidioot.
Natuurlijk kan er een groot verschil bestaan in opvatting tussen weten-
schappelijke onderzoekers over de geaardheid en de omvang van de toe-
spitsende beperkingen en daarmee in verband over de methodologische voor-
schriften van kennisverwerving.
Op zich is echter geen enkele manier van toespitsing te verwerpen of als
christelijk of onchristelijk aian te duiden. Althans zolang het inderdaad
een toespitsing van de menselijke mogelijkheid tot kennisverwerving betreft
en men het bedrijven van zijn wetenschap niet verabsoluteert, d.w.z. zich
bewust blijft van het feit dat men zeer toegespitst en ingeperkt bezig is.
Als wetenschapper aan de VU mag een psycholoog de mens beschouwen als een
ingewikkelde robot die op fysische prikkels reageert, mits hij niet stelt
dat de mens niets anders is dan een robot, maar slechts onderzoek wil doen
voorzover de mens reacties vertoont die analoog zijn aan die van een der-
gelijke robot.
Een eerste conclusie is derhalve dat pluraliteit ten aanzien van keuze van
object van wetenschap en van methodologische regels een uiterst waardevolle
zaak is en aan een christelijke universiteit gewaarborgd dient te zijn. Een
verwijt dat men vaak hoort, is dat veel empirische wetenschappen een "posi-
tivistisch" karakter dragen. Positivisme en christendom verdragen elkaar
niet, zodat wij bepaalde vormen van wetenschappelijk onderzoek zouden moeten
afwijzen. In dit verband zou ik willen opmerken dat het dringend nodig is
onderscheid te maken tussen metafysisch en methodologisch positivisme. Het
eerste verwerp ik, het tweede is - ook aan een christelijke universiteit -
60
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's