Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 27
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
cat vrijheid van onderwijs zoals docr de «vetgever omschreven niet is beaoeld
voor mdiviauele ouders en (üieerder jarige) leerlingen, maar voor groeper
voorzover zij een geestelijke stroming vertegenwoordigen. Het bijzonder xa-
raKter van de universiteit "soet dernalve tot uitdrukking komen m ''aa" re-
latie "<et een levensbeschouwelijk achterland. MoeilijKheden op dat punt
ortstaan doordat er t.g.v. een secularisatieproces een identiteitscrisis is
ontstaan. De universiteit zou juist nu t.a.v haar achterban moeten f^nctio-
nerei als een creatief centrum van waaruit de "echte vragen" worden gesteld.
IT 2ijn concrete beleidsaanbevelingen oepleit De Jong een verrui.ming var de
toelating tot de Vereniging, een geluid dat ook m ander verband zal terug-
keren. Wil de Vereniging naar maatschappelijke verantwoordelijkheid waar-
maken, dein zal ZIJ haar invloed moeten aanwenden om de doelstelling een
concrete vertaling te geven m het onderwijs- en onderzoekprogramma (zie
ae bijdragen aan thema I van Sizoo, Verkuyl, e.a). Globaal genomen kunnen
de overige bijdragen in twee groepen worden verdeeld. In de ene groeo wordt
een antwoord op de vraag naar argumenten voor wetenschappelijk onderwijs op
confessionele grondslag gezocht in de relatie wetenschap en levens- c.q.
maatschappijbeschouwing. Plattel oehandelt systematisch verschillende ver-
houdingen zoals die met name opgeld doen in de geschiedenis van de sociale
wetenschappen. Czie thema I). 3ij Heermg staat centraal ce vraag of chris-
telijke wijsbegeerte mogelijk is. .<ort gezegd komen de verschillenae uitwer-
kingen uit op een bevestigend antwoord onder de voorwaarde dat het eigen
Karakter van de wetenschao en de universiteit worden gerespecteerd. De
rechtvaardiging van het bijzonder noger onderwijs is niet gelegen in het
bestaan van een christelijke wetenschap. Wel is het noodzaak door te den-
ken tot voorbij de grenzen van net rationele denken (Heering) en, zoals
Berkhof het formuleert, de laatste vragen te stellen aan cultuur en samen-
leving. Het IS met name de laatste die in het verlengde hiervan pleit voor
het gebruik van de positie van de bijzondere instellingen om deze functie
van de universiteiten veilig te stellen tegen wat hij noemt wetenschappe-
lijke, maatschappelijke en politieKe verschraling. Men moet daarbij o.a.
denken aan de maatregelen om de studieduur te verkorten en de doorstroom-
mogelijkheden te beperken.
De tweede groep wordt gevormd door oijdragen waarin vooral wordt gewezen
op de discrepantie tussen de forneel-levensbeschouwelijke grondslag en
doelstelling van de instelling enerzijds en de wat levensoeschouwing be-
treft heterogene samenstelling van naar personeels- en studentenbestand.
Waltmans en Konmgs constateren in dit verband dat met het huidige benoe-
19
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's