Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 28
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
mings- en toelatingsbeleid de beginselvaste keuze van Kuyper voor het prin-
cipe boven het aantal verlaten is. Sommigen oeperken zich ertoe om dit als
een ernstig probleem te signaleren, waarvoor dringend een goede oplossing
gevonden moet worden zonder zich uit te spreken over de richting waarin
die zou moeten liggen. (Ginjaar-Maas)
Anderen bepleiten een verbreding van het ledenbestand van de Vereniging ,
hetzij onoeperkt (Konings), hetzij voor iedereen met een christelijke le-
vensbeschouwing (De Jong). Waltmans spreekt de hoop uit dat de oplossing
in geen geval gezocht wordt in het bestendigen van de situatie waarin ou-
ders en leerlingen geen invloea hebben op de benoeming van bestuursleden.
Boer, die evenals de overigen binnen deze groep voor zichzelf niet de prin-
cipiƫle noodzaak van bijzonder onderwijs onderschrijft, respecteert en ac-
cepteert het bestaan van de VU als het resultaat van een maatschappelijk e-
mancipatieproces, waarin men is ontsnapt aan de overheersing van het libe-
rale denken. De toekomstige universiteit zou zich zijns inziens als uiter-
ste consequentie van haar nasun moeten bevrijden van iedere dwangmatige o-
verheersing van ideologie en confessie.
Emancipatie
Ter introductie van dit thema is gewezen op de historische rol die het op-
richten van de VU heeft gespeeld in het emancipatieproces van de ''kleine
luyden". De nazaten van deze bevolkingsgroep nemen op dit moment een alles-
behalve ondergeschikte positie in in de Nederlandse saimenleving. De vraag
luidde of de VU niettemin een emanciperende rol moet blijven vervullen, en,
zo ja, in welk opzicht. Alle inzenders beantwoordden het eerste gedeelte
van de vraag bevestigend. Emancipatie kan omschreven worden als het stre-
ven van groepen naar gelijkwaardigheid en gelijke behandeling. Kenmerkend
voor deze groepen is dat zij gediscrimineerd worden maar niet de machtspo-
sitie hebben om daar een eind aan te maken. Zij blijken zich veelal te be-
vinden in de marge van een samenleving, wat niet noodzakelijkerwijs in-
houdt dat zij tevens de onderste sport van de maatschappelijke ladder bezet-
ten. Hendriks spreekt daarom van minoriteiten, ter onderscheiding van het
kwantitatieve begrip minderheden. Minoriteiten vormen een universeel ver-
schijnsel, waarbij ondanks de soms grote situationele verschillen altijd
sprake is van een relatiepatroon van dominant (overheersend) en minoriteit
(gediscrimineerd). Verschillende reactiepatronen worden onderscheiden. De-
ze rechtvaardigen de conclusie dat de samenleving de grootste moeite heeft
om met allerlei vreemde groepen tot een juiste vernouding te komen. Hen-
driks benadrukt dat het hier om een apart probleem gat, dat niet te her-
20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's