Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 81
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
Intussen heb ik nog niets gezegd over de eerste en belangrijkste vraag die
r.ij is gesteld: een uitwerking te geven van wat ik op oladzij 167 over we-
vetenschapstheoretiscne bezinning heb gezegd, 'j moet aie bladzij zien tegen
de achtergrond van bladzij 165 tweede helft en bladzij 166 begin. Maar ik
geef toe dat ik overal nog wat aarzelend in het negatieve blijf hangen.
IA probeer nu mijn nek wat verder uit te steken, al voel ik dan sterk de be-
grensdheid van mijn eigen wetenschappelijk-theoretische bezinning en be-
.cwaamheid.
-aat ik niet in het algemeen spreken. Elke tijd heeft zijn eigen verzoe-
kingen en uitdagingen. In elke periode na de Aufklarung is de heersende we-
tenschap, gemeten aan het Evangelie, in haar tendens a-christelijk tot anti-
christelijk geweest, in elk geval gebaseerd op het methodisch atheïsme. Er
moet een club van mensen zijn die niet alleen daartegen van buitenaf getuigt,
maar die evenzeer de heersende vooronderstellingen ervan kritisch naspeurt,
zoals de Frankfurter Schule dat heeft gedaan vanuit haar marxistische visie.
Er moet een plek zijn waar een grote groep van hen de handen ineenslaan en
de krachten bundelen en tegen de stroom oproeien onder de tegenwinden van
de machten in de lucht. Zónder dat dat tot eensluidende antwoorden hoeft te
leiden. Wanneer men de vraag stelt "Moeten we het erge.ns over eens zijn ?",
dein zeg ik dat de eenstemmigheid niet zozeer de antwoorden betreft, maar de
vragen, hét vragen.
Dé tegenmacht in de tweede helft van de twintigste eeuw zie ik vooral in
net reductionisme, in de bewuste of onbewuste neiging om de werkelijkheid
tot zo min mogelijk elementen te reduceren, zowel in de tijd als in de ruim-
te, met als horizon het unitarisme, of zo u wilt, het monisme: de herleiding
van de werkelijkheid tot één, hopelijk definieerbare, oerkracht. Een paar
voorbeelden: Overgangen tussen verschillende velden en werkelijkheden wor-
den als teken gezien van ontologische eenheid. Biologie wil men eigenlijk
net liefste als chemie zien, de mens eigenlijk als dier, de psychologie ei-
genlijk als ethologie, de literatuur eigenlijk als taalstruktuur, de liefde
eigenlijk als sex, de religie eigenlijk als sociaal gedrag: Het "nothing
but" waar Julian Huxley zich tegen keerde. De zie dat heel sterk in de ge-
schiedeniswetenschap om me heen. Anders dan in de dertiger jaren is op het
ogenblik het causale denken daar weer in ere. Zo gauw je een figuur bespreekt,
3oet je altijd vragen "Waar had hij die uitspraak of aat inzicht vandaan?"
Hij mag het eigenlijk nooit van zichzelf hebben. En als je kunt analyseren,
waar zijn verschillende onderdelen vandaam komen dan neb je wetenschappe-
lijk werk gedaan en dan heb je - dat is toch wel de stille suggestie - hét
69
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's