Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 18
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
'gebouw' een fundament nodig heeft. Zowel Dengerink als H. van Riessen en
J.J. Oostenbrink betreuren het dat ook niet-christenen op alle niveaus van
de universiteit een stem hebben bij de formulering van het beleid ten aan-
zien van onderwijs en onderzoek. In dat beleid moet immers juist het chris-
telijk karakter van de VU tot uitdrukking komen. Ook bij benoemingen kan
dit tot problemen leiden.
Volgens Dengerink is het onmogelijk om van niet-christenen te verlangen dat
zij "in de geest van de doelstelling" ce werk gaan, als zij die geest niet
van binnen uit kennen. Oostenbrink stelt dat de eisen van de Wet op de Uni-
versitaire Sestuurshervorming aan bestuur en inrichting van de universiteit
stelt, zich moeilijk laten verenigen met de noodzaak en de wenselijkheid om
het eigen karakter van bijzondere instellingen te handhaven. J. Verkuyl,
H. Berkhof en H.M, de Lange (de laatste twee in hun bijdragen over the.ma II)
zijn van mening dat de VU een oecumenisch-christelijk karakter moet dragen.
G.J. Sizoo wijst erop dat de VU, als men de pluriformiteit van de kerkelij-
ke gezindtes die in de VU-bevolking vertegenwoordigd zijn, in aanmerking
neemt, in feite een oecumenische universiteit is, terwijl de achterban (de
leden van de Vereniging) nog in overgrote meerderheid behoort tot het gere-
formeerde volksdeel.
C. van der Meer (in zijn bijdrage tot sub-thema Ie) ziet in de doelstelling
vooral een verwijzing naar de fundamentele en onveranderlijke principes
van de christelijke ethiek, zoals die in de bijbel te vinden zijn. Centraal
moment in die principes is de individuele vrijheid-in-verantwoordelijkheid
die door de eigen verantwoordelijkheid van de christen tegenover God gecon-
stitueerd wordt. Omgaan met de doelstellir^g is voortdurende bezinning op
en voortdurende bewustwording van verantwoordelijkheid.
In enkele bijdragen wordt ingegaan op de vraag of de VU een geloofsgemeen-
schap moet zijn. Volgens H. vain Andel zou dat een te hoog gegrepen ideaal
zijn. Men moet blij zijn als in de VU-gemeenschap het geloof telkens hier
en daar opflonkert. Ook bij C. Sanders treffen we de visie aan dat de 'AJ i-
dealiter een werkgemeenschap van gelovigen is. Niet-chriscenen zijn volgens
hem welkom, mits zij het perspectief van de VU als christelijke universiteit
serieus nemen. S.A. Boonstra plaatst een aantal relativerende opmerkingen
bij de opvatting dat de VU een christelijke gemeenschap moet zijn. Voor hem
is gemeenschap meer dan een collectief van personen. Gemeenschap is een dy-
namisch gebeuren. Het meeste dat men van een universit;eit waarin de rela-
ties tussen mensen primair functioneel van aard zijn, mag verwachten, is dat
zij ruimte biedt voor gemeenschapstichtende activiteiten.
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's