Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 19

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 19

Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU

2 minuten leestijd

In een aantal bijdragen - ook in bijdragen over andere sub-thema's van the-

ma I - wordt aandacht besteed aan de kwestie van (de mogelijkheid van) een

christelijke wetenschap. Dengerink spreekt de wens uit dat de VU he,t idee

van een christelijke, een door de Woordopenbaring genormeerde en gerefor-

meerde wetenschap weer opneemt. Van Riessen waarschuwt voor het gebruik van

het voorvoegsel "christelijk": Van een christen mag echter wel verlangd wor-

aen dat hij met christelijke intentie in de wetenschap oezig is. P. Nijkamp

wil onder christelijke wetenschap verstaan: Wetenschap die haar uitgangs-

punt neemt in de bijbelse normen die door de Schepper gesteld zijn voor een

zinvolle ontplooiing van schepping en samenleving. C A . van Peursen spreekt

in verband met de wijsgerige bezinning die hij dwars door de faculteiten wil

laten plaatsvinden, over een poging om te komen tot christelijk filosoferen.

C. Sanders wijst de mogelijkheid van een christelijke wetenschap af: Het

christelijk geloof is geen bron van extra gegevens voor de wetenschap waar-

over een niet-christen niet beschikt, maar moet wel tot uitdrukking komen

in de wijze waarop de christen-wetenschapper de resultaten van zijn onder-

zoek verantwoordt, en in de wijze waarop hij stelling neemt tegen de moge-

lijke negatieve effecten van de ontwikkeling van de wetenschap voor mens

en samenleving.

Ook J.G. Knol zet vraagtekens achter de mogelijkheid en de wenselijkheid

van christelijke wetenschap. Het zou, zegt hij, los van de vraag of de

christelijke wetenschap mogelijk is, al een grote winst zijn als er onder

christen-denkers een consensus was over de dienende functie van de weten-

schap, en over de opvatting dat het in de wetenschap gaat om kennis van de

fundamentele wetten die in de schepping zijn neergelegd.

H.J. Heering stelt in zijn bijdrage over thema II, dat de wetenschap wel

autonoom moet zijn, maar niet zelfgenoegzaam, autarkisch. De mens moet

moediger dan vroeger nodig was grenzen stellen aan wetenschappelijk onder-

zoek en de toepassing van de resultaten daarvan. Maar dat vergt nog geen

christelijke wetenschap.

M.A. Maurice laat het antwoord op de vraag of er van christelijke weten-

schap gesproken kan worden, enigszins open. Christelijke wetenschap is,zegt

hij, - wat het verder mag zijn - een activiteit van christenen, van mensen

die zich aan de bijbelse boodschap gewonnen hebben gegeven. Wetenschap zou

men christelijk kunnen noemen als die

a) dienstbaar is aan de opheffing van verhoudingen die niet voldoen aan

bijbelse normen,

b) recht doet aan de geschapen werkelijkheid in haar verschillende mo-

menten ,

11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981

Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's

Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 19

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981

Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's