Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 92
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
wetenschap in de vraag naar het waartoe, de vraag wat je 3iet je weten-
schapsbeoefening op het oog hebt.
Is de andere werkelijkheid waarvan de christen naast de wetenschappelijke
werkelijkeheid weet heeft als zodanig tijdloos - ook al kan die door ons
mensen slechts in de tijd worden gekend -, met de vraag naar het waartoe,
het doel van je wetenschappelijk bezig zijn kom je onmiddellijk terecht
in het concrete hier en nu, de tijdgebondenheid van onze situatie en
daarmee van een goed deel van ons denken. Het kost weinig moeite dit aan-
nemelijk te maken.
Ik begin maar weer bij Abraham Kuyper. Het kosmische leven, zei hij, open-
baart de deugde van God, openbaart Gods majesteit. Wij leren God niet al-
leen kennen in de Schrift, maar ook door zijn schepping te bestuderen. (Je
kunt in dit verband denken aan de dichter van Psalm 3, die ook Gods lof
gaat bezingen op grond van wat hij in de schepping waarneemt). Ik vraag
mij af of we dit vandaag Abraham Kuyper nog zo kunnen nazeggen, nu we -
meer dan hij - er weet van hebben welke gruwelijke mogelijkheden er óók
in de schepping verborgen liggen. Zelfs dichters leggen vandaag het ac-
cent anders. Willem Barnard dichtte: "De aarde is vervuld van goedertie-
renheid, van goddelijk geduld en goddelijk beleid". Maar boven dat ge-
dicht schreef hij niet: het lied van Gods majesteit; hij zette er boven:
Het lied Misericordia Domini,en dat is heel iets anders.
Een tweede oogmerk voor Abraham Kuyper om wetenschapsbeoefening aan te
prijzen was gelegen in wat hij aanduidt als de oorspronkelijke schep-
pings-ordinantie: "Vervult de aarde en onderwerpt haar en hebt heerschap-
pij over al wat leeft". (U vindt dat in het eerste hoofdstuk van het eer-
ste bijbelboek , Genesis, 1:28, waar God de mens aldus toespreekt). Tot
deze scheppingsordonnantie riep het calvinisme de christenneid terug, al-
dus Kuyper, en hij vervolgt:
Zo bleef men pelgrim, maar een pelgrim, die op de weg naar het
eeuwige vaderland nog een onmetelijke taak op aarde had te ver-
vullen. Breed breidde zich voor en onder en boven de mens de
kosmos met alle rijken der natuur uit. Heel dit onafzienbare
veld moest worden bearbeid. Op die arbeid wierp men zich met
geestdrift en veerkracht. De aarde met al wat in haar is, moest
aan de mensen onderworpen worden. Zo bloeiden als nooit in mijn
toenmalig vaderland de landbouw en nijverheid, de handel en
scheepvaart. Dat nieuwe leven der burgerij wekte nieuwe behoef-
90
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's