Verslag studiedag 'VU tussen twee VU-ren' - pagina 22
Kontroversen rond de doelstelling en het functioneren van de VU
van de verhouding tussen waarden en (sociale) wetenschappen. Binnen de so-
ciale wetenschappen, zegt hij, wint de opvatting terrein dat niaatschappe-
lijke invloeden, waarden niet alleen werkzaam zijn bij input en output van
wetenschappelijke onderzoeken (bij keuze van problemen resp. bij de ver-
werking van de resultaten), maar ook in de fase tussen input en output:
die van de theorievorming. Bijv aan een economische theorie ligt impliciet
een bepaald mens- en maatschappijbeeld ten grondslag, dat ongemerkt een
sturende invloed uitoefent. Men spreekt van een relatieve autonomie tussen
buitenwetenschappelijke waarden en binnenwetenschappelijke eisen c.q. nor-
men van objectiviteit, logische precisie en consistentie. Het woord "rela-
tief" moet dan in zijn meest letterlijke zin opgevat worden: De maatschap-
pelijke matrix en de sociale theorieën vervullen juist in hun betrokkenheid
op elkaar een autonome functie. Hetzelfde model van de relatieve autonomie
van waarden en wetenschap past Plattel ook toe op de relatie tussen le-
vensbeschouwelijke waarden, c.q. oriëntaties en wetenschappen. Omdat het
een relatieve autonomie is vindt hij het beter om niet van christelijke we-
tenschap of christelijke wetenschapsbeoefening te spreken. Maatschappelijke
en levensbeschouwelijke oriëntaties zonder wetenschappen zijn leeg en we-
tenschappen zonder maatschappelijke en levensbeschouwelijke oriëntaties
blind.
H. Hortensius betreurt het dat men momenteel aan de VU met de doelstelling
alle kanten op kan. Hij heeft wel begrip voor het verschijnsel als een reac-
tie op hetkeurslijf van de vroegere grondslag, maar het zou beter zijn om
het adjectief "christelijk" zó lang aan de VU niet te gebruiken als er geen
overeenstemming over de concrete inhoud daarvan gevonden is. Hij stelt voor
om 3 jaar uit te trekken voor een fundamentele discussie over het naar vorm
en inhoud concretiseren van "het dienen van God en Zijn wereld". Als die
discussie niet uit kan monden in een gezamenlijke positiekeuze, dan is het
beter de doelstelling maar af te schaffen. Knol zou het - daar is al eerder
op gewezen - al een grote winst vinden als er onder christen-denkers een
consensus was over de dienende functie van wetenschap, en over de opvatting
dat het in de wetenschap gaat om kennis van de fundamentele wetten die in de
schepping zijn neergelegd.
G. Speelman (haar bijdrage zet in bij sub-thema Ie) wil de noodzaak en de
wenselijkheid van een consensus beargumenteren vanuit de minimum-implica-
ties die in het erop na houden van een doelstelling liggen opgesloten: Het
hebben van een doelstelling (als universiteit) impliceert tenminste een
bepaalde visie op de maatschappij, en op de relatie tussen 'universiteit en
14
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Publicaties VU-geschiedenis | 192 Pagina's