Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 225
'en wel had ik er onder u nooit iets van bemerkt. Maar nu vroeg
ik mij toch af: Zou die booze geest dan toch waarlijk bestaan en
zou die hier in het Paleis voor Volksvlijt zijne apparitie komen
maken? Maar toen ik uw programma ontvangen had en daarin
zag hoe geen enkele toon zou worden aangeheven om lof aan den
mensch, maar één toon, voor en na, om dank en eerbiedenis aan
God op te dragen, toen gleed mij die vreeze weder van de schou-
ders, en toen nam ik met vreugd en blijdschap uwe uitnoodiging
om herwaarts te komen aan.'
Over zichzelf zei hij:
'Al wat ik ben, zooals ik hier voor u sta, met mijn voor een zesti-
ger nog gezond gestel, met mijne ongebroken gezondheid, met een
hoofd dat denken, met een hand die schrijven, met een mond die
spreken kan, wat is het altegader anders dan Zijn gave en Zijn
werk? Hij, die mij schiep. Hij, die mij praedestineerde, Hij, die
mij van der jeugd af leidde. Hij, die mij zonder dat ik het van ver-
re ook maar vermoedde, ongemerkt tot deze positie bracht, om
voor Zijn heiligen Naam te mogen staan. Hij alleen was het die
mij ook den ingang schonk in uwe harten. Het is alles Zijn doen
geweest. En zelfs als gij mij vraagt of er dan toch achter alle gaven
en talent, niet ook een "ik" in den mensch schuilt, en of dan dat
" i k " niet de persoonlijkheid is, die alle gave aangloeien doet en
bezielt, dan luidt nóg mijn antwoord: ook dat "ik", ook die per-
soonlijkheid is niet uit mij, maar alleen door God mij geschonken.
En omdat gijzelve uw feest met dien toon hebt ingezet, en ik in
die stemming dezen avond onder ulieden mag verkeeren, daarom
open ik de armen en roep het u toe: werpt vrij uw kransen en uw
kronen herwaarts, mits gij mij maar toestaat, zelf alle glans en
glorie terugwijzend, diep eerbiedig neder te werpen aan den voet
van den Troon van het Lam. En zoo nu voel ik u als instrumenten
in Zijne hand, dank te zeggen voor dezen schoonen avond, voor
uw opkomen uit alle provinciën in ons vaderland, voor de man-
nen, die in den politieken strijd gehard zijn, maar ook de vrouwen
die onder dien strijd de kracht in het gebed verstonden, om na
dien strijd den man, als hij met wonden overdekt uit den slag we-
derkeerde, door den balsem der liefde het schrijnen dier wonden
te verzachten.'
Was dit geen mensvergoding?
Volgens Kuyper en zijn volgelingen niet.
219
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's