Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 340
Noten p. 152-156
p. 152, r. 35, de koning: C A . Lingbeek, Herinneringen uit den tijd der Dolean-
tie. Leiden 1929, p. 90 en 91. Koning Willem III wees Kuyper viermaal af: na
de gouden medaille, bij het volkspetitionement, bij de Doleantie en nogmaals
toen Kuyper hem wilde bedanken voor het lintje dat hij van het ministerie Mac-
kay kreeg.
p. 153, r. 12-p. 154, r. 18, Lohman: Rullmann, Kerkherstel, p. 302-308.
p. 154, r. 21, verklaring: Rullmann, Kerkherstel, p. 352.
p. 154, r. 38, Hoedemaker: De Wilde, Geschiedenis, p. 226-236.
p. 155, r. 6, congres: G.Ph. Scheers, Dr. Hoedemaker en de Doleantie, in: On-
dereigen vaandel, 11 jg. Wageningen 1936, p. IXl-l'i'X. Ook: J. Kamphuis, Op
zoek naar de belijdende volkskerk. Groningen 1967.
p. 155, r. 19, het net op: De Wilde, Geschiedenis, 2e druk p. 211-216 en 226-236.
Op p. 231 Hoedemaker: 'Dit tenslotte. Iemand, die zijn wereld kende, zeide eens
op een vergadering: 'Gij moet de menschen niet te wijs maken. Laat hen zoover
mogelijk hun eigen weg bewandelen en moedig hen daartoe aan. Maar als zij
ver genoeg zijn, breek dan de bruggen achter hen af.'
p. 155, r. 28, uittreding: A. Kuyper, De Heraut van 13 okt. 1871 over de Vrijma-
king der kerk.
Kuyper ontkende, ondanks 15 jaar strijd om te komen tot vrijmaking der kerk,
dat hij initiatiefnemer tot de Doleantie was. Tegelijk erkende hij het tactische
verband tussen VU en Doleantie en ontkende hij een relatie. Zie zijn voorwoord
van augustus 1887 bij de heruitgave van de Institutie van Calvijn. Hij schreef
daar over de schorsingen: 'Immers de verwoede aanval van de tegenstanders van
het Calvinisme is nog veel vroeger losgekomen dan onzerzijds gegist was. Wij
hadden op minstens een tiental jaren van stille voorbereiding gerekend, en ziet,
nog eer het eerste vijftal om was, brak het onweder boven onze hoofden los.
Niet onwaarschijnlijk begrepen de schranderste onder onze Arminiaansche, So-
ciniaansche en Erasmiaansche tegenstanders, dat ze te beter kans hadden, hoe
eer zij ons in de vacht vlogen, en, den volwassen Calvinist niet aandurvend, vie-
len ze hem aan ter halver wege in zijn groei.
Hoe mannen, die nog iets hechten aan den goeden dunk, dien men van hun oor-
deel zal hebben, dan ook zwart op wit lieten drukken, dat de Vrije Universiteit
zelve dit conflict had uitgelokt, gaat ons begrip te boven.
Verbeeld u, een nieuwe groep, die pas zich begon te vormen, zal eigener bewe-
ging den haar broodnoodigen tijd van voorbereiding op de helfte afkorten. Een
theologische Faculteit, die op 4 Januari 1886 nog geen enkel candidaat in de
godgeleerdheid beschikbaar had, zal plotseling met eigen hand een vijftigtal va-
caturen scheppen, die ze in geen jaren vervullen kan. Een veldheer, die pas zijn
leger aanwierf, zal zijn jonge recruten in het vuur zenden, nog eer ze in de gewo-
ne handgrepen zijn volleerd!
Dit sprookje mag dan ook gerekend worden tot de geschiedenis te behooren, en
allengs zal het gezond verstand der tot oordeelen bevoegden gaan inzien, dat de
tegenstanders van het Calvinisme nooit slimmer zet deden dan door ons te over-
vallen nog op het exercitieplein.'
p. 156, r. 9, daar kwam weer: Lingbeek, Herinneringen, p. 23, 24.
p. 156, r. 30, pelsjas: Rullmann, Kerkherstel, p. 337-339.
334
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's