De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 232
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
door hem bestreden VU-collega's. Op 15 april verscheen H.H.
Kuyper bij Curatoren, en ook hij kreeg het verzoek zich te matigen.
Hem werd gezegd dat de zaak de volle aandacht van Curatoren
had.
Na de bespreking met Hepp schreven Curatoren van de VU op
3 april aan Vollenhoven en aan Dooyeweerd een brief. Er was een
lijstje bijgevoegd met vermelding van de door Hepp gebruikte
citaten in zijn tweede en derde brochure. Curatoren verzochten mee
te delen of die citaten en de daaruit door Hepp getrokken
conclusies juist waren en wat zij er meenden tegenin te kunnen
brengen. Ze moesten vóór 25 april hun antwoord in vijfvoud
indienen. Het lijstje voor Vollenhoven telde 78 citaten. Het citaat
uit het boek EI van De Wijsbegeerte der Wetsidee, waarop
Dooyeweerd moest reageren, was uit het korte laatste hoofdstuk dat
Berkouwer in De Standaard had besproken.
Dooyeweerd kon gemakkelijk antwoorden. Op 27 april schreef
hij een lange brief waarin hij aantoonde dat Hepp het citaat los
van het verband had geciteerd en ook niet goed had begrepen. Hij
toonde aan dat Hepp zelfs van de Prolegomena van zijn werk geen
kennis had genomen en eigenlijk hem had gelijk moeten geven
inplaats van hem te bestrijden.
Vollenhoven schreef op 30 april een tweemaal zo lange brief.
Hij ging op de twee hoofdzaken in, na vermelding dat zijn
opvattingen op tal van punten onjuist waren weergegeven. Inzake
het hart, de ziel, de inwendige mens of de geest leerde hij wel het
voortbestaan, maar niet de substantialiteit en onsterfelijkheid.
Inzake de twee naturen van Christus ging het om een subtiel punt.
A. Kuyper en H. Bavinck hadden met de kerk geleerd dat Christus
als de tweede goddelijke Persoon der Drieëenheid een goddelijke
natuur bezat, en bovendien als mens een menselijke natuur had
aangenomen, maar geen menselijke persoon. Ze hadden uit die
belijdenis geconcludeerd, dat Christus een onpersoonlijke menselijke
natuur bezat. En ze kwamen tot de merkwaardige consequentie dat
het aantal mensen door Christus niet met één vermeerderd was.
Vollenhoven kon het daarmee niet eens zijn, terwijl Hepp pro-
beerde dit standpunt van A. Kuyper te canoniseren door het als
een belijdenis-uitspraak te kwalificeren.
Vollenhoven noemde het onpersoonlijke of anhypostatos van
Christus' menselijke natuur een betwiste theologenterm. Hij
verwierp het dilemma van Hepp, dat men of het anhypostatos
226
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's