De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 106
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
graf had gedragen, was een enthousiast üd van de N.C.S.V. en
koesterde pacifistische en socialistische gedachten. Hij schreef:
Voor Kuyper heb ik bewondering gehad, maar ik ben zijn leerling nooit
geweest, feitelijk niet en principieel niet. Ik heb Kuyper ook nooit
waarlijk lief gehad. Ik heb dat niet gekund. Bavinck heb ik bewonderd
en lief gehad en ik ben zijn leerling geweest, feitelijk en principieel. Hij
heeft mij gevormd en geleid op nieuwe wegen. Hij heeft mij op die
nieuwe wegen voortgestuwd, vanuit de kracht van het oude geloof. De
spanningen, die dit in zijn eigen leven bracht, zijn ook uit mijn leven
nooit weer verdwenen. Het verdwijnen van die spanningen zou immers
betekenen: of het prijs geven van de moderne cultuur of het verlies van
het oude geloof.
Anema, die gaarne had gezien dat niet H.H. Kuyper, maar Bavinck
de geestelijke leiding van Kuyper had overgenomen, vond de dood
van Bavinck een ramp. Hij vreesde verdeeldheid over de erfenis en
bezwoer evenals Wielenga de geesten in een brochure over Onze
Tijd en onze Roeping; een woord aan ons gereformeerde volk. Er
waren geen verschillen van centraal-principiële aard. 'Met volkomen
vrijmoedigheid te kunnen zeggen, dat daarvan zelfs geen schijn of
schaduw aanwezig is, is wel een der grootste voorrechten, waarvoor
we God eiken dag mogen danken', luidde zijn bezwerende formule.
Anema's hartewens werd zo de vader van zijn gedachten.
De actuele vraagstukken besprak Anema met een beroep op
een goede verstandhouding. De verschillen waren een zaak van
meer en minder: 'bij de ouderen staat meer op den voorgrond de
trits objectiviteit, verstand, organisatie, bij de jongeren subjectiviteit,
gevoel, persoonlijke vrijheid.' Slechts de tegenstelling Kampen-VU
noemde hij 'het meest tergende teeken onzer geestelijke onmacht
om geschillen van ondergeschikten aard in eigen boezem op de
basis onzer centrale geestelijke eenheid in het toch heilig belang
van onze krachtsontwikkeling naar buiten te boven te komen en tot
een practische oplossing te brengen.'
Anema steunde de N.C.S.V. en zei daarvan vaderlijk: 'Ik heb
zoo het gevoel, dat onze Synode als kerkelijke vergadering de heele
zaak wat te veel enkel door den kerkelijken bril heeft bekeken.'
Lacunes wees hij aan op het gebied van de wijsbegeerte, van
een Calvinistische rechtsleer en van de kunst. En sociologisch
interessant was zijn poging de intellectuele eUte en het eenvoudige
volk bijeen te houden. Hij schreef over die tegenstelling:
102
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's