Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 99
vonden moeten worden. Wat de docenten betreft, zou men ook in Ame-
rika, Schotland en Duitsland moeten zoeken. Meteen werd aan de
schoonzoon van Kohlbrugge gedacht, dr. E. Böhl te Wenen, die daar
dogmatiek doceerde voor gereformeerde studenten uit Bohemen en
Hongarije.
Studenten voor de vrije theologische faculteit moesten het perspectief
hebben op een functie in de Hervormde Kerk. Om te voorkomen dat de
weg naar de kansel geblokkeerd zou worden, zou Rutgers de vrije studie
bepleiten. Hij zou dat in de kring van de predikanten gaan doen, een
kring waartoe Kuyper niet meer behoorde.
Direct na deze vergadering schijnt Kuyper aan de minister geschreven
te hebben. Immers Kappeyne van de Coppello vatte zijn antwoord, ge-
dateerd op 22 januari, in drie punten samen:
'Ie. Voor synodale professoren te Amsterdam geef ik geen geld.
2e. Geen Nederlander verliest zijn nationaliteit door aanneming
van dergelijk beroep. Vreemdelingen kunnen voor zoover wij die
behoeven, vergunning om h. onderwijs te geven, verkrijgen.
3e. Er bestaat tegen dergelijk filiaal geen bezwaar, doch de be-
voegdheid aan akademische graden verknocht, regelt de wet.'
Kuyper had waarschijnlijk geschreven over een vrije theologische facul-
teit als filiaal van de amsterdamse universiteit met eventueel ook een
buitenlander als hoogleraar.
In februari was Kuyper drie weken naar Londen om uit te rusten.
Voor de vergadering van 2 maart heeft Hovy behalve prof. De Geer uit
Utrecht ook dr. mr. LI. Teding van Berkhout (1814-1880) uitgenodigd.
Laatstgenoemde was in 1851 docent geschiedenis en logica geworden
aan het Theologisch seminarie voor binnen- en buitenlandse evangelisa-
tie (1852-1861), waaraan ook Da Costa verbonden was. Van 1856 tot
1866 was hij wethouder van Amsterdam, en sinds 1873 kamerlid. Groen
en Kuyper hadden hem als pur-sang anti-revolutionair aanbevolen. Ook
had hij in 1873 f. 1000,- beschikbaar gesteld voor het voortbestaan van
De Standaard.
Maar nu had Teding van Berkhout bezwaar tegen de wijze waarop
Kuyper de synodale hoogleraren typeerde en dr Gunning had gekwalifi-
ceerd. Hij schreef aan Kuyper:
'De oprichting van eene Theologische faculteit onder uwe leiding
is m.i., vergeef mij deze opregtheid, nu eene onmogelijkheid. De
geesten zijn verbitterd. En waar verbittering is, daar is niet die toe-
nadering welke vereischt zoude worden om voor de gemeente ee-
95
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's