Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 128

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 128

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Het ging VoUenhoven erom dat men in de kenleer drie zaken goed

leerde onderscheiden. In de eerste plaats het subject, de mens die

denkt, toen door hem de ratio genoemd. In de tweede plaats de

logos of de kennis zelf, die waar behoort te zijn. En in de derde

plaats het object van kennis, dat onderzocht wordt. In een

vakwetenschap ging het daarbij om de kennis of logos omtrent een

wetssfeer of gezichtsveld. Wetssferen noemde VoUenhoven toen nog

de aspecten van getal, ruimte, tijd, beweging en energie.

Gezichtsvelden werden de hogere aspecten genoemd, die later de

normatieve wetskringen zouden heten. Uitgaande van zijn kennis-

leer, werd in 1926 de logische wetssfeer nog als eerste of onderste

wetssfeer aangeduid.

Merkwaardig is in deze volgorde de plaats van de logische als

eerste en van de tijd als vierde wetssfeer. Dooyeweerd zinspeelde in

1926, in één enkele zin, al op de gedachte aan een absolute tijd

naast de tijd in de verschillende modale aspecten. VoUenhoven

oordeelde toen nog dat de tijd geen rol speelde in de aspecten van

de logica, het getal en de ruimte. Dooyeweerd merkte publiek

daartegen op:

De absolute tijd kan niet 2öoals het getal en de ruimte van

mathematische aard zijn, daar hij in verschillende belasting ook in het

historische, psychologische, sociologische, normatief-juridische en politiek

gezichtsveld kategoraal voorkomt, welke gezichtsvelden uiteraard niet-

quantitatief zijn.

Daarmee zei Dooyeweerd dat de absolute tijd of beter de tijds-

structuur geen wetskring was, mede omdat er geen vakwetenschap

van de tijd bestaat.

Ik meen dat inzake de tijd voor het eerst in 1926 enig verschil

van inzicht tussen VoUenhoven en Dooyeweerd aan het Ucht kwam.

VoUenhoven zag de tijd ook niet als een wetskring, hoewel hij

daarover toen nog aarzelde. Hij vroeg niet in de eerste plaats naar

een vaste tijdstructuur. Hij vroeg zich veeleer af of de tijd misschien

toch in de wetskring van het getal en de ruimte te vinden zou zijn.

Daar zat bij hem de aarzeling om van een absolute tijd te spreken.

Samen probeerden zij het met elkaar eens te worden, maar op

dit punt gelukte dat toch niet, met name na de verdere

ontwikkeling van Dooyeweerd. Inzake de kennisleer waren ze het

met elkaar geheel eens en ook inzake de volgorde van de

124

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's