Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 138

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

naastgelegen kerk in dezelfde classis, toekende. Prof. S. Greydanus

en dr. W.A. van Es hadden op grond daarvan tegen de afzetting

door de synode van Geelkerken, en van 27 ouderlingen en 14

diakenen, waaronder ook prof. R.H. Woltjer, gestemd. Greydanus

en Van Es hielden zich aan het Doleantie-kerkrecht, dat uitging van

de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten. Anders dan

tijdens de Doleantie door Kuyper, Rutgers en Lohman was geleerd,

ging de synode door haar deputaten en commissies nu de Gerefor-

meerde Kerken van bovenaf leiding geven. De centrale leiding, die

de democratisch gezinde A. Kuyper op autoritaire wijze meende te

moeten geven, werd nu gegeven door een kleine groep leiders, met

twee centra. De leiding inzake de partij en de Vrije Universiteit

berustte met name bij Colijn in het Kuyperhuis, en de leiding

inzake de kerken en de kerkelijke pers kwam van de theologische

hoogleraren en dan met name van H.H. Kuyper.

Het 'nieuwe kerkrecht van Assen' van H.H. Kuyper en H.

Bouwman, werd eerst door de schoonzoon van Kuyper, mr. P.G.

Knibbe, en toen ook door prof. P.A. Diepenhorst aangevallen. In

het kerkrecht bleken onvoldoende waarborgen voor rechtszekerheid

aanwezig. De aanklagende partij was vaak tevens de adviserende en

oordelende partij en daarna ook de partij waarbij men in beroep

moest gaan. Immers, de in de pers schrijvende hoogleraren waren

de adviseurs van de synode, die vaak als rapporteurs optraden en

een zware adviserende stem hadden op de besluitende synode en

ook op de volgende synode, waarbij men in appel kon gaan. Door

de bevoegdheden van de kerken zelf te beknotten en de synodale

bevoegdheden uit te breiden, zouden de kerken steeds meer

centraal geleid kunnen worden. Tegen dat bestuur van bovenaf, had

zich de Doleantie gericht.

Dr. J. van Lonkhuizen nam het debat over. Hij had in

Amerika als leerling van Kuyper en Rutgers de autonomie van de

plaatselijke kerk verdedigd. De synode mocht een plaatselijke kerk

niet afzetten, wel buiten het verband plaatsen. En toen deed tot

zijn ontzetting 'Assen' het toch! Hij merkte op, dat zelfs ds. K.

Schilder deze handelwijze in De Reformatie 'lood om oud ijzer' had

genoemd. Die dominee Schilder, die met existentiële betrokkenheid

over literatuur en geloof schreef en op kerkehjke actualiteiten

inging, werd blijkbaar ook gezag toegekend.

'Bijzonder de professoren Dr. H.H. Kuyper en Dr. Bouwman

mag ik tot bespreking uitnoodigen', en ook K.S., schreef dr. Van

134

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's