De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 35
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
de Gereformeerde Studentenbond 'Soli Deo Gloria' (erelid prof. J.
Woltjer), waarvan alleen VU-studenten Ud konden worden die met
de gereformeerde grondslag instemden. Geelkerken was lid van het
Corps der VU-studenten met de zinspreuk 'Nil Desperandum Deo
Duce' (erehd prof. A. Kuyper), dat alle VU-studenten zonder
onderscheid wilde omvatten. In 1901 wilde men dit 'generale' Corps
met de 'speciale' Bond verenigen. De commissie, die deze
vereniging tot stand bracht, kwam met de oplossing dat een VU-
student, die niet instemde met de gereformeerde beginselen,
buitenlid van het Corps kon worden. In die commissie zaten zowel
Ridderbos alsook Geelkerken, maar zij zouden binnen het corps tot
twee verschillende stromingen bUjven behoren.
We keren nu terug naar de zomer van het jaar 1905.
In juni van dat jaar verloor Kuyper de verkiezingen, daarop
volgde de viering van het 25-jarig bestaan van de VU, terwijl toen
ook de belangrijke Synode van Utrecht werd gehouden.
Dat 25-jarig bestaan van de VU werd enkele malen herdacht.
Eerst op de vergadering der 'Vereeniging voor Hooger Ondenvijs
op Gereformeerden grondslag', die op 6 juU in Den Haag werd
gehouden. Anema en J. Woltjer spraken op die dag. Later, op 19
oktober, op de dies te Amsterdam, sprak Fabius. Op de volgende
dag sprak Bavinck de rectorale oratie van zijn zieke collega
Biesterveld uit om daarna het rectoraat over te dragen aan Rutgers.
Woltjer zei dat de VU volwassen was geworden en de koningin
wees de VU dat jaar aan als een universiteit 'die ten aanzien van
uitdrukkelijk in de aanwijzing te vermelden, door haar te verleenen,
doctorale graden, gelijke rechten heeft als de Rijksuniversiteiten'.
Kuyper was niet aanwezig toen Woltjer 'met hernieuwde
droefheid' het vertrek van een viertal hoogleraren in die eerste
kwart eeuw, memoreerde. Woltjer wilde geen oordeel uitspreken,
maar zei van het vertrek van vader en zoon Lohman in 1896:
'Grooter echter was ons verhes en zwaarder ons leed' dan het
eerder vermelde vertrek van DUloo en Hoedemaker.
Over de rectorale oraties, die telkens op 20 oktober werden
gehouden, zei Woltjer het volgende: 'Deze redevoeringen zijn en
moeten zijn getuigenissen van het verband, dat er voor ons bestaat
tusschen onze wetenschap en ons geloof; zij moeten krachtige
middelen zijn voor eene phchtmatige propaganda'.
31
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's