De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 230
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Dooyeweerd moest niet minder dan Vollenhoven voorzichtig zijn.
Na Vollenhoven had ook hij de drukproeven van het boek Van
Idolen en Schepselen van Janse ter advisering gekregen. Pas na de
synode van 1936 zond hij deze drukproeven terug. In de
begeleidende brief van 29 november 1936 schreef Dooyeweerd aan
Janse:
Wij moeten m.i. met groote scherpte blijven vasthouden aan de
onderscheiding: boven-tijdelijke wortel, centrum, hart der menschelijke
eidstentie en tijdelijk lichaam in den alzijdigen schriftuurlijke zin. Uw
uiteenzettingen wekken soms den indruk alsof u ook deze
onderscheiding eenigszins tracht op te heffen.
Voorts is naar mijn meening 's menschen tijdelijke existentie veel meer
dan een 'functie-mantel'. Zelfs een dier heeft een individualiteits-
structuur. Zou dan het 'menschelijk lichaam' slechts een complex
functies zonder individualiteitsstructuur zijn? Deze voorstelling zou ons
het verwijt van functionalistische anthropologie op den hals halen.
Misschien wilt u nog eens nalezen, wat ik in het besluit van Bnd. Ill
der Wijsb. der Wetsidee dienaangaande schreef.
De critici liggen thans op den loer! Juist daarom moet m.i. in dit
stadium iedere uitdrukking op een goudschaal worden gewogen. Wij
mogen hen geen aanvalspunten bieden.
Over deze zaken zou de strijd gaan, want in januari 1937 verscheen
de tweede brochure van Hepp, met de ondertitel: Het voortbestaan,
de onsterfelijkheid en de substantialiteit van de ziel. Daarin werden
Janse, ds. S.G. de Graaf, Vollenhoven en ook Dooyeweerd
aangevallen.
De brochure was 'met broederlijke liefde' en 'in den geest der
zachtmoedigheid' geschreven, 'met gebed om bekeering', en ze was
in een aristocratische toon gehouden. Hepp noemde weer geen
namen en citeerde zonder verwijzing, zodat de anonieme
beschuldigden zelf maar moesten uitzoeken waar ze ooit iets
hadden geschreven dat Hepp niet aanstond.
Dr. K. Sietsma, de maandelijkse kroniek-schrijver in het G.T.T.,
merkte op: 'zelfs vraag ik mij af, of het wel geoorloofd is om
iemand te citeeren, zonder het noemen van zijn naam, nog wel om
hem te veroordeelen en te helpen veroordeelen. Natuurlijk, met de
bedoeling om hem te behouden.'
Ook de hoofdredacteur, J. Ridderbos, schreef in het G.T.T. een
artikel over deze brochure. In zijn artikel getiteld Prof Hepp over de
224
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's