De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 217
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
waarschuwden twee leden der vereen, me, deze zaak voorloopig met rust te
laten. In dat licht komt Uw publicatie al heel ongelegen. Kunt U er iets
aan doen, dat de uitgave tot Sept wordt aangehouden. Lukt dat, dan
hebben we weer drie jaren tijd.
Die publikatie betrof het omgewerkte manuscript van Idolen en
Schepselen, dat bij Kok in Kampen zou worden uitgegeven. Dat
moest uitgesteld worden tot na de synode-vergadering, want de
volgende synode zou pas drie jaar later bijeenkomen. VoUenhoven
en Dooyeweerd lazen de drukproeven en wisten de publikatie ervan
nog tot 1939 op te houden.
De affaire St.-J.W. betrof de aanklacht die ds. H. Steen tegen
Waterink had ingediend bij de Gereformeerde Kerk van
Amsterdam-Centrum. Waterink onderscheidde immers een lagere
ziel en hogere geest. Die aanklacht over de ziel brak het front van
de 'Heeren'. Daarom werd eerst dit verschil onderhands en
binnenskamers besproken vóór de alarmbel werd geluid. Met een
pubUeke verklaring van Grosheide en Hepp werd deze zaak op 25
april 1936 bijgelegd.
Na de verklaring in besloten kring van Hepp, dat VoUenhoven
en Schilder binnen twee jaar uit de Gereformeerde Kerken zouden
worden gezet, gonsde het al spoedig van de geruchten in die
kerken. Schilder signaleerde wat Hepp had gezegd en heropende de
polemiek met H.H. Kuyper, die op verzoek van enkele kerken was
opgeschort.
Een maand na de aankondiging van Hepp vond op 15 en 16
april te Utrecht de jaarlijkse vergadering plaats van de Vereeniging
van Predikanten in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Ds.
S.G. de Graaf en ds. W.H. den Houting zouden hun gepubUceerde
stellingen over de algemene en bijzondere genade en over de
erkenning van de doop, buiten eigen kerkverband bediend,
toelichten en verdedigen. H.H. Kuyper schreef in De Heraut van 5
april ter inleiding van zijn oppositie: 'Beide onderwerpen zijn zeker
met het oog op de geschillen die zijn opgekomen, van belang. Aan
discussie zal het dan ook niet ontbreken, want disputabel zijn deze
steUingen, vooral van den eerste referent, zeker.'
Grosheide opende als voorzitter de vergadering met een
waarschuwing aan het adres van hen die het nieuwe voorstaan
zonder voldoende studie van het verleden, omdat het oude niet in
hun systeem past. H.H. Kuyper opponeerde als eerste tegen zijn
211
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's