Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 172

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 172

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

de tijdsopvatting van Heidegger en de nationaal-socialistische

staatsopvatting greep Dooyeweerd dus terug op Kuyper. Het was

toen echt geen tijd voor synthese, en ook de gemene-gratie-leer van

Kuyper mocht die synthese niet dienen. De antithese en het Pro-

Rege-motief overheersten bij Dooyeweerd. Als jong hoogleraar zei

hij in 1928, met een toevoeging in 1930:

Het is het parool van de neutraliteit der wetenschap, dat ik mij

voorgenomen heb met aUe mij ten dienste staande middelen te

ontmaskeren als een grondig valsche leuze, als een door een

vooropgezette levens- en wereldbeschouwing zwaar belaste uiting van

het humanistische wetenschapsideaal.

Als de wetenschap aan den wortel der Christelijke religie onttrokken

was, wat had de Christen dan met haar van doen? Als er een inderdaad

neutrale wetenschap mogelijk ware, dan moest de absoluutheid der

Christelijke religie worden prijsgegeven, want tegenover de absolute

waarheid is op geen enkel terrein een neutrale houding mogelijk. De

wijsbegeerte der wetsidee beteekent de volkomen breuk met de idee

eener neutrale wetenschap.

Maar deze volkomen breuk betekende geen zoeken van het

isolement. Integendeel, Dooyeweerd ging zeer breed en diep in op

de humanistische immanentie-filosofie. En zijn kritiek was tevens 'in

wezen als ze//-critiek bedoeld, als een pleit, dat de Christen-denker

met zich zelve voert.' Daardoor kon die kritiek het gesprek dienen.

Terwijl Dooyeweerd veel en gemakkelijk publiceerde, was Vollenho-

ven terughoudend en voorzichtig met het op schrift stellen van zijn

inzichten. Deze voorzichtigheid gold met name het gevoelige

onderwerp van de ziel. Vollenhoven moest niet alleen de algemene

inleidende colleges wijsbegeerte voor alle VU-studenten verzorgen,

maar ook de geschiedenis der wijsbegeerte, de systematische

wijsbegeerte, de kennisleer en de psychologie doceren. Zijn eerste-

jaars colleges waren voor alle studenten verplicht. In zekere zin

bezette hij de belangrijkste leerstoel van de VU, al dachten Hepp

en vele theologen daar anders over. Maar bij de studenten was de

positie van Vollenhoven omstreden. Hij was voor vele studenten te

moeilijk. Zijn gehoor van eerste-jaars studenten wist hij met zijn

scherpe onderscheidingen, beknopte stijl en abstracte onderwerpen

niet steeds te boeien. Zijn leeropdracht was veel te omvangrijk,

zodat er geen tijd was om door variatie en herhaling de stof te

166

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's