De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 115
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
gewijd.' VoUenhoven vormde in Den Haag een filosofische kring,
waar onder anderen de studenten K.J. Popma en G.C. Berkouwer
kwamen.
Over het probleem van de bedrijfsvrijheid en het
overheidsingrijpen in verband met de t.b.c.-bestrijding in het
melkbedrijf, schreef Dooyeweerd een artikel in Themis. Dat was
een probleem uit de praktijk van het Departement van Arbeid,
waarbij hij werkzaam was. Hij vroeg zich af 'welke interpretatie bij
deze gewijzigden maatschappelijken onderbouw, het meest aan de
idee van het recht beantwoordt.' Dat probleem handelde over het
Kuyperiaanse beginsel van soevereiniteit in eigen kring, maar
Dooyeweerd verbond dat met de rechtsidee. Hij was dus op zoek
naar wat E. Lask noemde: 'die Aufsuchung des transzendentalen
Ortes oder der typischen Wertbeziehungen des Rechts, die Frage
nach seinen Eingespaimtsein in einen Weltanschauungszusammen-
hang.'
De rechtsidee moest binnen de juridische faculteit uit die tijd
in ieder geval afgegrensd worden tegenover de sociologie en de
economie. Recht, sociologie en economie werden toen immers alle
drie in de juridische faculteit onderwezen. Te meer was dat nodig,
omdat Dooyeweerd in de rechtsliteratuur tegenstrijdige opvattingen
ontdekte. In zijn eerste college aan de VU, in 1926, zei hij
daarover:
Toen mijn belangstelling zich voor het eerst op de wijsbegeerte des
rechts begon toe te spitsen, begon ik vrij planloos het eene boek na het
andere te bestudeeren. Ik wenschte allereerst te weten, wat men zich
eigenlijk onder rechtsphilosophie dacht. Het resultaat was een
wanhopige verwarring in mijn brein.
In zijn college noemde hij de opvattingen van Stahl, Ratzenhofer,
Krabbe, Stammler en Radbruch. Van Stammler gebruikte hij toen
de tweede druk van 1924, zodat we niet zeker weten of juist deze
vijf auteurs hem rond 1920 tot de conceptie van de wetsidee
hebben gestimuleerd. Waarschijnlijk bestudeerde Dooyeweerd
Stammler en Radbruch pas in 1924 en 1925. Zeker is dat de
rechtsidee door deze auteurs verschillend werd opgevat. Dooye-
weerd zei verder in dat eerste college:
De een ging bij zijn onderzoek naar het wezen des rechts en zijn
maatstaven uit van een zedelijke wereldorde en erkende de historie als
111
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's