De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 186
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
van de bruid van den drieëenigen God, en tot de groote apo-dosis, de
groote weder-heenleiding tot God van al het zijne.
In het leven van de drie personen is God bewogen in zichzelf, gaat Hij
uit van, en keert weder tot zichzelf; de drieéenheid beteekent, dat Hij
in hoogste vrijheid en zelfkennis zich om en uit en tot zichzelf beweegt.
Nu, een halve eeuw later, is een op die wijze intellectualistisch
theologiseren niet meer mogelijk, omdat één van de weinige
zekerheden van ons bestaat uit de zekerheid dat we op die wijze te
veel over God zeggen. Maar in 1934 werd dit ijdel-spreken over
God nog aanvaard als een logisch doordenken van de gegevens uit
Schrift en belijdenis. In die vrederaad zien we bij Schilder dus
zowel een interne relatie tussen de drie Personen van de Drieëen-
heid alsook een besluitvorming over de geschiedenis, waarin de
wereld behouden moet worden en de kerk als bruid van God
toebereid. In zijn boek over de hemel sprak Schilder niet over de
hel, en in zijn boek over de hel niet over de vrederaad. Maar wel
leerde hij dat God de mogelijkheid van de hel heeft geschapen en
de werkelijkheid ervan heeft gewild, zodat na het einde van de
geschiedenis hemel en hel voortbestaan in 'de eeuwigheid'. Er was
in Schilders theologie het element van een eeuwig evenwicht tussen
verkiezing en verwerping, tussen hemel en hel. De paradox van het
kwaad in de goede schepping werd een evenwicht van 'ja' en 'nee'
in de vrederaad.
Van deze fundamentele problematiek van het Calvinisme had
Hepp schamper opgemerkt: het epigonisme kan niet en-en maar wil
öf-öf. Zelf koos Hepp voor het en-en van de synthese. Schilder
grondde echter de keuze öf-öf in de predestinatie als de dialectiek
van ja-en-nee bionen de goddelijke Drieéenheid. Met dialectiek
bedoel ik hier het door Schilder voorgestelde ja èn nee tegelijk
zeggen door God, zijn concept-van-eeuwigheid-der-schepping-in-de-
tijd, namelijk van de verkiezing en verwerping van de goed
geschapen en in zonde gevallen schepping.
Met deze paradox haalde Schilder de geschiedenis te voorschijn
uit de vrederaad van God, waarin de geschiedenis ook weer
terugkeerde. Want Wat is de Hemel? is vooral een filosofisch-
theologisch boek over de tijd en de geschiedenis. Anders dan
Dooyeweerd verbond Schilder de geschiedenis niet met een wets-
kring, maar met de tijd zelf. Geschiedenis en tijd gaan bij Schilder
samen van de eerste scheppingsdag tot het laatste punt des tijds.
180
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's