De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 272
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
structuur is zelf onveranderlijk en ook de tijdstructuur is een
onveranderlijke structuur. De metafoor van een kristalhard prisma is
er zelfs voor geƫigend, zo onveranderlijk. Zoals het licht door een
prisma in de kleurenbundels breekt, zo komt de kosmische tijd in
alle modahteiten voor. Maar terwijl de tijd als structuur blijvend is,
ervaart de mens de tijd naar de subjectszijde als verandering. De
tijd omvat de gehele tijdelijke werkehjkheid zozeer dat alle
structuren, de modale en de individualiteitsstructuren, als zodanig
tijdsstructuren zijn. De verandering wordt door de tijd bepaald,
maar zelf is de tijd als structuur der verandering onveranderlijk.
Omdat de tijdsorde volgens Dooyeweerd ook de wetsorde
omvat, is geen begrip van de tijd mogelijk, slechts een idee indien
de mens een Archimedisch punt heeft om boven de tijd uit te gaan
en om er zicht op te krijgen. Daarom had Dooyeweerd de idee van
een boven-tijdelijk hart nodig, een idee die hij in Het Calvinisme
van Abraham Kuyper vond.
Wortel, centrum, kern, punt zijn metaforen die iets aangeven,
dat geen dimensies heeft. In dat dimensieloze punt zitten de twee
elementen van het boven-tijdelijke bij Dooyeweerd. Is het hart als
centrum of punt alleen vervrijzend naar het transcendente of is het
zelf ook boven-tijdelijk van aard, niet transcendentaal maar
transcendent?
Is het hart boven-tijdehjk in de zin van transcendent, boven de
tijd-grens aanwezig zoals bijvoorbeeld bij de engelen in de hemel,
of in de zin van transcendentaal, gericht op het boven-de-tijd-zijn?
Het boven-tijdelijke is bij Dooyeweerd enerzijds iets bovenna-
tuurhjks. In die tijd sprak Dooyeweerd van aevum, een tijdsvorm
tussen de ongeschapen eeuwigheid van God en de geschapen tijd
in, een geschapen eeuwigheid, waarin de engelen leven, het
hiernamaals van de onvergankelijke, d.w.z. geschapen eeuwige,
zielen. Dat zou als natuur en bovennatuur gekarakteriseerd kunnen
worden. Vollenhoven zou het met een dergelijke visie van Dooye-
weerd beslist niet eens kunnen zijn, want het hart, de hemel en de
engelen zijn bij hem niet transcendent, niet boven-tijdelijk.
Maar boven-tijdelijk wil ook een richting aangeven, een
brandpunt waar alle stralen samenkomen en in een punt zonder
dimensies samenvallen, een wortelpunt waarin elk diepste punt van
elk mens samenvalt met Christus. Dan zou er niet zozeer sprake
van een boven-tijdehjk zijns-bereik zijn als wel van een reiken naar
het boven-tijdelijke vanuit het tijdehjke. Dat zou een mystiek
266
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's