Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 365

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 365

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

19. Andere faculteiten aan het woord

Binnen de Civitas Academica nam de Faculteit der Wiskunde en

Natuurwetenschappen een eigen positie in. Nog minder dan de

Faculteit der Rechtsgeleerdheid had zij gespeurd naar de gerefor-

meerde of Calvinistische beginselen voor de wetenschap, zoals de

grondslag dat vanaf 1896 volgens de Senaat en de vereniging

verlangde. Maar wel werd, om een zeker tekort aan wijsgerige en

principiële studie te compenseren, dr. R. Hooykaas benoemd als

hoogleraar in de geschiedenis der natuurwetenschappen.

Reeds in 1934 had Hooykaas op de VU-dagen gesproken over

Natuurwetenschap en religie in het licht der historie. Hij wilde toen

uitgaan van de eenheid van de mens en geen strenge scheiding

maken tussen natuur- en geesteswetenschappen. Maar na de oorlog

bleek Hooykaas toch van een duahsme tussen theologie en empi-

risme uit te gaan. Hij beschouwde de geschiedenis der natuurwe-

tenschappen als een onderdeel van de cultuurgeschiedenis, maar de

natuurwetenschappen zelf zag hij als neutrale, op ervaring

steunende wetenschappen.

Uit zijn inaugurele oratie over Rede en ervaring in de natuurwe-

tenschappen der XVIIIe eeuw, gehouden op 1 februari 1946, bleek

zijn voorliefde voor het Engelse en Nederlandse empirisme. In de

discussie over èn-èn contra öf-öf koos Hooykaas niet voor de

synthese of de dialectiek van èn-èn, maar voor het empirisch naast

elkaar laten staan van èn-èn. Hij zei het zo: 'Nooit leggen

theologische en andere systeembouwers zich neer bij "èn het een,

èn het ander", zij kennen slechts "of het een, öf het ander". Dan

ontstaat immers een grootsch stelsel, dat op alle vragen een

"antwoord" geeft! Deze theologische hoogmoed heeft denzelfden

wortel als de natuurwetenschappehjke hoogmoed; gebrek aan

eerbied voor het geopenbaarde, ijdele overschatting van eigen

redeneer kracht.'

Een christelijke filosofie vond Hooykaas niet mogelijk. De

wijsbegeerte was volgens hem 'een poging van de mens om verder

te grijpen dan God in Woord en natuur geopenbaard heeft; zij is

de jacht naar de horizon, het zoeken naar de Steen der Wijzen, de

torenbouw van Babel. Zij was niet alleen de oorzaak van een

onafzienbare reeks van dwalingen in de natuurwetenschap van

Thales tot Haeckel en Huxley, maar zij heeft ook de christelijke

359

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 365

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's